Hof Arnhem-Leeuwarden: ondercuratelestelling i.p.v. beschermingsbewind en mentorschap. De feitelijke situatie van betrokkene is doorslaggevend. "Alles overziend is het hof met de echtgenote, de kinderen en de curator van oordeel dat de kantonrechter de betrokkene terecht onder curatele heeft gesteld en dat de noodzaak tot het voortduren van die beschermingsmaatregel nog immer bestaat. De onafhankelijke curator ervaart evenals de naasten dat de betrokkene bij tijd en wijle volledig het zicht op de werkelijkheid kwijt is en met de meest bizarre zaken dan wel rechtshandelingen op de proppen komt. Dit past in het door de voormalig psychiater van de betrokkene geschetste beeld dat diens bipolaire stoornis zonder behandeling met medicatie ontaardt in manische episodes. Tijdens een manie kunnen mensen ook last hebben van psychotische verschijnselen en van sociale en relationele problemen zo blijkt uit de beschikbare informatie. De curator onderschrijft de stelling van de echtgenote en het oordeel van de rechtbank dat de betrokkene zijn belangen niet behoorlijk waarneemt als gevolg van zijn geestelijke toestand en door gewoonte van drankmisbruik. Het hof sluit zich daarbij aan".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:8916
Posts tonen met het label Curatele. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Curatele. Alle posts tonen
woensdag 12 april 2017
dinsdag 21 februari 2017
Curatele. Wanneer wel en wanneer niet?
Gerechtshof 's-Hertogenbosch: Ambtshalve omzetting curatele in beschermingsbewind en mentorschap. Gewezen curator gaat in hoger beroep. Zijn beroep is gegrond.
"Het hof verwerpt voorts het oordeel van de kantonrechter dat de ondercuratelestelling niet meer de passende beschermingsmaatregel is voor de rechthebbende. Uit het dossier is gebleken dat de rechthebbende afhankelijk is van 24-uurs zorg, het denkvermogen heeft van een zeer jong kind en niet zelfstandig kan eten, praten en lopen. Voor het hof staat vast dat de rechthebbende duurzaam niet in staat is zijn belangen ook maar enigermate zelf waar te nemen. Het hof acht de lichamelijke en geestelijke toestand van de rechthebbende dan ook dermate ernstig dat er geen grond is de curatele te beëindigen".
Uitspraak van het Hof in strijd met artikel 12 lid 2 van het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap? Artikel 12 lid 2: "De staten die partij zijn erkennen dat personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen in alle aspecten van het leven handelingsbekwaam zijn".
De mensenrechten juristen van het VN-verdrag gaan voorbij aan de feitelijke handelingsonbekwaamheid van personen.
Labels:
Curatele,
Handelingsonbekwaamheid,
VN-verdrag
donderdag 25 augustus 2016
Ambtshalve ontslag curator vernietigd.
Gerechtshof Den Haag: Ambtshalve ontslag curator vernietigd.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:2255
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:2255
vrijdag 12 augustus 2016
Bijzondere bijstand entreekosten curator en bewindvoerder
CRvB (Centrale Raad van Beroep): De CRvB heeft op 02-08-2016 uitspraak gedaan in twee zaken over de zg. entreekosten van curator en bewindvoerder. Deze zaken betreffen cliënten van Leijssen Bewindvoeringen B.V. tegen de Gemeente Eindhoven. In de beroepszaken bij de Rechtbank Oost-Brabant was door de rechter in de ene zaak de gemeente in het gelijk gesteld, en in de andere zaak de bewindvoerder. Het ging in beide zaken om hetzelfde geschilpunt, namelijk wat is de datum waarop de kosten van het curatele bewind of het beschermingsbewind opkomen. De CRvB heeft hierin nu uitspraak gedaan nadat zij de uitspraak datum eerder had bepaald op 08-02-2016, en deze vervolgens heeft bepaald op 29-03-2016, 10-05-2016, 21-06-2016 en tenslotte op 02-08-2016.
1. In de eerste zaak betrof het de entreekosten voor een ondercuratelestelling. De gemeente Eindhoven had haar beleid gewijzigd, in die zin dat zij als aanvangsdatum waarop de kosten opkomen heeft gehanteerd de datum waarop het verzoekschrift tot ondrcuratelestelling door de kantonrechter is ontvangen. Voorheen werd altijd, en door alle ons bekende gemeenten, gehanteerd de datum van de instelling van de curatele of het bewind door de kantonrechter. Vele collega bewindvoerderskantoren zijn geconfronteerd geweest met deze handelwijze van de gemeente, zonder dat de gemeente vooraf deze beleidswijziging heeft gecommuniceerd met belanghebbenden, bewindvoerderskantoren of openbaar op haar website. Collega bewindvoerder Reeling Bewindvoerders is wat dit punt betreft door de rechtbank in het gelijk gesteld.
Uitgaande van de datum van de instelling van de curatele of het bewind heeft de curator respectievelijk de bewindvoerder bij de gemeente Eindhoven drie maanden de tijd om de aanvraag bijzondere bijstand in te dienen. In beide zaken heeft de curator c.q. bewindvoerder binnen deze termijn de aanvraag ook ingediend.
Echter, uitgaande van de datum verzoekschrift (deze datum staat in de instellingsbeschikking genoemd), zoals de gemeente meende te moeten doen, waren de aanvragen bijzondere bijstand te laat ingediend. Immers de tijd tussen indienen verzoekschrift bij de rechtbank en de instelling van curatele of bewind werd door de gemeente meegeteld. Soms zijn er al drie maanden verstreken tussen de datum verzoekschrift en de datum instellingsbeschikking, afhankelijk van de wachttijden bij de rechtbank.
Na bezwaar, dat ongegrond is verklaard, is de curator, namens curandus, in beroep gegaan bij de rechtbank. In deze zaak is de curator in het ongelijk gesteld. De gemeente zou de beleidsvrijheid hebben om te bepalen wanneer de kosten van het curatele bewind opkomen.
De CRvB beslist anders:
"4.7. Niet in geschil is dat ‘de datum waarop de kosten feitelijk zijn ontstaan’ zoals bedoeld in beleidsregel B062 gelijk is aan de datum waarop de kosten opkomen. Bij de beantwoording van de vraag op welk moment kosten opkomen - in de zin zoals onder 4.2 bedoeld - heeft een bijstandverlenend orgaan geen beleidsruimte. Met betrekking tot het opkomen van entreekosten voor een curator wordt als volgt overwogen".
"4.7.2. De kosten van beloning van de curator komen voor de onder curatele gestelde pas op - in de zin zoals onder 4.2 bedoeld - vanaf de benoeming van de curator. Immers, door die benoeming ontstaat de betalingsverplichting. Dat de beoogde curator in sommige gevallen mogelijk ook werkzaamheden heeft verricht voorafgaande aan zijn benoeming doet daaraan niet af".
2. In de tweede zaak ging het om hetzelfde geschil. Echter in deze zaak was de bewindvoerder in zijn beroep bij de rechtbank in het gelijk gesteld. De gemeente is hierin in hoger geroep gegaan bij de CRvB. Met dezelfde motivatie als in zaak 1 wordt in deze zaak de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigt. M.a.w. ook hier wordt de gemeente in het ongelijk gesteld.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:3026
De gemeente Eindhoven heeft haar beleid in deze ingaande 01-01-2015 aangepast en stelt de aanvangsdatum waarop de kosten van curatele of bewind opkomen weer op de datum van de instellingsbeschikking. Dat is ons meegedeeld op 01-07-2015 in een email bericht.
Wat bovenstaande zaken betreft is mijn vermoeden dat meerdere bewindvoerderskantoren in de regio Eindhoven met deze problemen zijn geconfronteerd. En velen hebben ervoor gekozen niet de lange weg (in 1 zaak vanaf 04-09-2012, dus bijna vier jaren) te gaan van bezwaar, beroep en hoger beroep. En de kosten voor eigen rekening heeft genomen. Indien de bewindvoerder hiervoor gekozen heeft, dan nodig ik hen nu uit om bij de Gemeente Eindhoven alsnog de bijzondere bijstand te verzoeken, nu de gemeente de in het ongelijk gestelde partij is.
1. In de eerste zaak betrof het de entreekosten voor een ondercuratelestelling. De gemeente Eindhoven had haar beleid gewijzigd, in die zin dat zij als aanvangsdatum waarop de kosten opkomen heeft gehanteerd de datum waarop het verzoekschrift tot ondrcuratelestelling door de kantonrechter is ontvangen. Voorheen werd altijd, en door alle ons bekende gemeenten, gehanteerd de datum van de instelling van de curatele of het bewind door de kantonrechter. Vele collega bewindvoerderskantoren zijn geconfronteerd geweest met deze handelwijze van de gemeente, zonder dat de gemeente vooraf deze beleidswijziging heeft gecommuniceerd met belanghebbenden, bewindvoerderskantoren of openbaar op haar website. Collega bewindvoerder Reeling Bewindvoerders is wat dit punt betreft door de rechtbank in het gelijk gesteld.
Uitgaande van de datum van de instelling van de curatele of het bewind heeft de curator respectievelijk de bewindvoerder bij de gemeente Eindhoven drie maanden de tijd om de aanvraag bijzondere bijstand in te dienen. In beide zaken heeft de curator c.q. bewindvoerder binnen deze termijn de aanvraag ook ingediend.
Echter, uitgaande van de datum verzoekschrift (deze datum staat in de instellingsbeschikking genoemd), zoals de gemeente meende te moeten doen, waren de aanvragen bijzondere bijstand te laat ingediend. Immers de tijd tussen indienen verzoekschrift bij de rechtbank en de instelling van curatele of bewind werd door de gemeente meegeteld. Soms zijn er al drie maanden verstreken tussen de datum verzoekschrift en de datum instellingsbeschikking, afhankelijk van de wachttijden bij de rechtbank.
Na bezwaar, dat ongegrond is verklaard, is de curator, namens curandus, in beroep gegaan bij de rechtbank. In deze zaak is de curator in het ongelijk gesteld. De gemeente zou de beleidsvrijheid hebben om te bepalen wanneer de kosten van het curatele bewind opkomen.
De CRvB beslist anders:
"4.7. Niet in geschil is dat ‘de datum waarop de kosten feitelijk zijn ontstaan’ zoals bedoeld in beleidsregel B062 gelijk is aan de datum waarop de kosten opkomen. Bij de beantwoording van de vraag op welk moment kosten opkomen - in de zin zoals onder 4.2 bedoeld - heeft een bijstandverlenend orgaan geen beleidsruimte. Met betrekking tot het opkomen van entreekosten voor een curator wordt als volgt overwogen".
"4.7.2. De kosten van beloning van de curator komen voor de onder curatele gestelde pas op - in de zin zoals onder 4.2 bedoeld - vanaf de benoeming van de curator. Immers, door die benoeming ontstaat de betalingsverplichting. Dat de beoogde curator in sommige gevallen mogelijk ook werkzaamheden heeft verricht voorafgaande aan zijn benoeming doet daaraan niet af".
2. In de tweede zaak ging het om hetzelfde geschil. Echter in deze zaak was de bewindvoerder in zijn beroep bij de rechtbank in het gelijk gesteld. De gemeente is hierin in hoger geroep gegaan bij de CRvB. Met dezelfde motivatie als in zaak 1 wordt in deze zaak de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigt. M.a.w. ook hier wordt de gemeente in het ongelijk gesteld.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:3026
De gemeente Eindhoven heeft haar beleid in deze ingaande 01-01-2015 aangepast en stelt de aanvangsdatum waarop de kosten van curatele of bewind opkomen weer op de datum van de instellingsbeschikking. Dat is ons meegedeeld op 01-07-2015 in een email bericht.
Wat bovenstaande zaken betreft is mijn vermoeden dat meerdere bewindvoerderskantoren in de regio Eindhoven met deze problemen zijn geconfronteerd. En velen hebben ervoor gekozen niet de lange weg (in 1 zaak vanaf 04-09-2012, dus bijna vier jaren) te gaan van bezwaar, beroep en hoger beroep. En de kosten voor eigen rekening heeft genomen. Indien de bewindvoerder hiervoor gekozen heeft, dan nodig ik hen nu uit om bij de Gemeente Eindhoven alsnog de bijzondere bijstand te verzoeken, nu de gemeente de in het ongelijk gestelde partij is.
Labels:
Beschermingsbewind,
Bijzondere bijstand,
Curatele
zaterdag 4 juni 2016
Ondercuratelestelling
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Curatele. De door het hof benoemde deskundige kon geen contact krijgen met de betrokkene. Hof doet uitspraak op basis van de stukken en benoemt geen nieuwe deskundige.
Grondslag curatele: "Gelet op deze aanwijzingen en nu aan de verplichting om mee te werken aan een onderzoek door een deskundige niet wordt voldaan en de rechter - ingevolge art. 198 lid 2 Rv - daaruit de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht, is het hof ervan overtuigd geraakt dat mevrouw [geïntimeerde1] wegens een geestelijke stoornis niet in staat is of wordt bemoeilijkt om haar financiële en niet-financiële belangen zelf behoorlijk waar te nemen".
Benoeming curator: "nu het vanwege de verstoorde familieverhoudingen, het onderlinge wantrouwen en de beschuldigingen over en weer ten aanzien van financiële aangelegenheden, niet in het belang van mevrouw [geïntimeerde1] is om een persoon tot curator te benoemen die tot haar familiekring behoort. Om verdere verdeeldheid tussen de familieleden in financiële en andere kwesties te voorkomen, acht het hof - evenals appellanten - het in haar belang dat de behartiging van haar belangen in handen is van een onafhankelijke en professionele derde"
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:3283
Grondslag curatele: "Gelet op deze aanwijzingen en nu aan de verplichting om mee te werken aan een onderzoek door een deskundige niet wordt voldaan en de rechter - ingevolge art. 198 lid 2 Rv - daaruit de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht, is het hof ervan overtuigd geraakt dat mevrouw [geïntimeerde1] wegens een geestelijke stoornis niet in staat is of wordt bemoeilijkt om haar financiële en niet-financiële belangen zelf behoorlijk waar te nemen".
Benoeming curator: "nu het vanwege de verstoorde familieverhoudingen, het onderlinge wantrouwen en de beschuldigingen over en weer ten aanzien van financiële aangelegenheden, niet in het belang van mevrouw [geïntimeerde1] is om een persoon tot curator te benoemen die tot haar familiekring behoort. Om verdere verdeeldheid tussen de familieleden in financiële en andere kwesties te voorkomen, acht het hof - evenals appellanten - het in haar belang dat de behartiging van haar belangen in handen is van een onafhankelijke en professionele derde"
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:3283
dinsdag 29 maart 2016
Ontslag curator om gewichtige reden
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Ambtshalve ontslag van curator om gewichtige reden.
"Het hof oordeelt hierover als volgt. Ter mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de moeder uitleg gegeven hoe het is gekomen dat zij een groot deel van de administratie van curanda over de jaren 2010 en 2011 is kwijtgeraakt. De moeder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij die administratieve gegevens niet moedwillig verloren heeft laten gaan, maar dit laat onverlet dat sprake is van verregaande onachtzaamheid. Het lag op de weg van de moeder ook tijdens een verhuizing die administratie niet te veronachtzamen, waardoor verlies daarvan zou zijn voorkomen. Door die eigen onachtzaamheid heeft de moeder niet kunnen voldoen aan haar verplichting om rekening en verantwoording af te leggen over de jaren 2010 en 2011. De overgelegde administratieve gegevens over die jaren geven een volstrekt onvolledig beeld. Het tekortschieten in de nakoming van de verplichting om de kantonrechter van de gewenste informatie te voorzien zodat deze diens wettelijke controlerende taak kan uitvoeren, vormt naar het oordeel van het hof een voldoende gewichtige reden om de moeder als curator ambtshalve te ontslaan. De bestreden beschikking dient op dit punt te worden bekrachtigd, met dien verstande dat het hof een nieuwe datum dient te bepalen met ingang waarvan het ontslag van de moeder als curator zal ingaan. Het door de kantonrechter bepaalde ontslag van de moeder is namelijk op de door hem bepaalde datum niet ingegaan omdat de bestreden beschikking niet in kracht van gewijsde is gegaan noch uitvoerbaar bij voorraad is verklaard (zie artikel 1:385 lid 1, aanhef, jo artikel 1:281 lid 1, onder a, en lid 2 BW)".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:314
"Het hof oordeelt hierover als volgt. Ter mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de moeder uitleg gegeven hoe het is gekomen dat zij een groot deel van de administratie van curanda over de jaren 2010 en 2011 is kwijtgeraakt. De moeder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij die administratieve gegevens niet moedwillig verloren heeft laten gaan, maar dit laat onverlet dat sprake is van verregaande onachtzaamheid. Het lag op de weg van de moeder ook tijdens een verhuizing die administratie niet te veronachtzamen, waardoor verlies daarvan zou zijn voorkomen. Door die eigen onachtzaamheid heeft de moeder niet kunnen voldoen aan haar verplichting om rekening en verantwoording af te leggen over de jaren 2010 en 2011. De overgelegde administratieve gegevens over die jaren geven een volstrekt onvolledig beeld. Het tekortschieten in de nakoming van de verplichting om de kantonrechter van de gewenste informatie te voorzien zodat deze diens wettelijke controlerende taak kan uitvoeren, vormt naar het oordeel van het hof een voldoende gewichtige reden om de moeder als curator ambtshalve te ontslaan. De bestreden beschikking dient op dit punt te worden bekrachtigd, met dien verstande dat het hof een nieuwe datum dient te bepalen met ingang waarvan het ontslag van de moeder als curator zal ingaan. Het door de kantonrechter bepaalde ontslag van de moeder is namelijk op de door hem bepaalde datum niet ingegaan omdat de bestreden beschikking niet in kracht van gewijsde is gegaan noch uitvoerbaar bij voorraad is verklaard (zie artikel 1:385 lid 1, aanhef, jo artikel 1:281 lid 1, onder a, en lid 2 BW)".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:314
Labels:
Curatele,
Ontslag om gewichtige reden.
zaterdag 19 maart 2016
Curatele: vernietigbaarheid koopovereenkomst
Rechtbank Utrecht: Curatele. Beroep op de vernietigbaarheid van de koopovereenkomst door de curator. Derdenbescherming.
Curator voert verzetprocedure middels een verzetdagvaarding tegen een eerder uitgesproken verstekvonnis.
De rechtbank stelt expliciet dat het de taak van de deurwaarder is het curateleregister te raadplegen teneinde de dagvaarding rechtsgeldig te kunnen betekenen: "Van een gerechtsdeurwaarder mag zeker worden verwacht dat hij het curatele register raadpleegt teneinde de dagvaarding rechtsgeldig te kunnen betekenen. Dit nalaten van de gerechtsdeurwaarder komt voor rekening van Comfort. De oorspronkelijke dagvaarding is als gevolg van dit nalaten ten onrechte aan [W] en niet aan [curator] betekend. Comfort dient de kosten van de verzetdagvaarding daarom te betalen.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2008:BG9273
Curator voert verzetprocedure middels een verzetdagvaarding tegen een eerder uitgesproken verstekvonnis.
De rechtbank stelt expliciet dat het de taak van de deurwaarder is het curateleregister te raadplegen teneinde de dagvaarding rechtsgeldig te kunnen betekenen: "Van een gerechtsdeurwaarder mag zeker worden verwacht dat hij het curatele register raadpleegt teneinde de dagvaarding rechtsgeldig te kunnen betekenen. Dit nalaten van de gerechtsdeurwaarder komt voor rekening van Comfort. De oorspronkelijke dagvaarding is als gevolg van dit nalaten ten onrechte aan [W] en niet aan [curator] betekend. Comfort dient de kosten van de verzetdagvaarding daarom te betalen.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2008:BG9273
Labels:
Curatele,
Deurwaarder,
Vernietigbaarheid
dinsdag 15 maart 2016
Curatele: vernietigbaarheid overeenkomst
Rechtbank Zeeland-West Brabant: Beroep van curator – op grond van artikel 3:51 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW) in samenhang met artikel 1:381 BW – op vernietigbaarheid van overeenkomst die curandus met oorspronkelijk eiseres heeft gesloten wordt aanvaard. De gevolgen van het niet raadplegen door oorspronkelijk eiseres van het curateleregister alvorens de overeenkomst aan te gaan, komen voor haar rekening en risico. Dat geldt ook voor de gevolgen van het feit dat haar incassogemachtigde het curateleregister niet raadpleegt alvorens incassomaatregelen te nemen en een procedure tegen curandus te beginnen.
De curator begint een zg. verzetprocedure tegen een verstekvonnis, waarin de curandus is veroordeeld de door schuldeiser ingestelde vordering en de proceskosten te voldoen.
De oorspronkelijke overeenkomst is echter vernietigbaar. De curator doet daarop een beroep. De overeenkomst wordt nietig verklaard. " Dat leidt er, met toepassing van het bepaalde in artikel 3:51 lid 1 BW toe dat de overeenkomst is vernietigd. De vernietiging werkt op grond van het bepaalde in artikel 3:53 BW terug tot het tijdstip waarop de overeenkomst door [betrokkene] is gesloten. Daarmee is de grondslag van de vordering van [geopposeerde] komen te ontbreken, zodat haar vordering, zoals bij de oorspronkelijke dagvaarding ingesteld, alsnog dient te worden afgewezen".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:1474
De curator begint een zg. verzetprocedure tegen een verstekvonnis, waarin de curandus is veroordeeld de door schuldeiser ingestelde vordering en de proceskosten te voldoen.
De oorspronkelijke overeenkomst is echter vernietigbaar. De curator doet daarop een beroep. De overeenkomst wordt nietig verklaard. " Dat leidt er, met toepassing van het bepaalde in artikel 3:51 lid 1 BW toe dat de overeenkomst is vernietigd. De vernietiging werkt op grond van het bepaalde in artikel 3:53 BW terug tot het tijdstip waarop de overeenkomst door [betrokkene] is gesloten. Daarmee is de grondslag van de vordering van [geopposeerde] komen te ontbreken, zodat haar vordering, zoals bij de oorspronkelijke dagvaarding ingesteld, alsnog dient te worden afgewezen".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2016:1474
zaterdag 12 maart 2016
Ondercuratelestelling
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Bekrachtiging beschikking Rechtbank Gelderland, kanton Zutphen. Benoeming van een buitenstaander als curator. Conflictbeslechting wegens "hevige strijd tussen de kinderen van rechthebbende".
"Uit alle in deze procedure overgelegde stukken komt duidelijk naar voren dat sprake is van een langdurige en hevige strijd tussen de kinderen van rechthebbende, [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] aan de ene kant en [verweerder] en [verweerster] aan de andere kant. Dit heeft geleid tot tal van juridische procedures en daarmee samenhangende proceskosten ten laste van rechthebbende. Het hof is van oordeel dat het belang van de rechthebbende daarmee niet is gediend. Ook de thans benoemde curator heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep aangegeven dat rechthebbende lijdt onder de huidige situatie waarbij de strijd tussen haar kinderen toeneemt. Benoeming van één of meer kinderen tot curator zal die strijd in stand houden en voorzienbaar is, dat de onderlinge conflicten de overhand zullen nemen boven de bescherming van de belangen van de rechthebbende. Door benoeming van een onafhankelijke derde als curator zullen de belangen van rechthebbende beter worden gewaarborgd, kan door middel van het afleggen van rekening en verantwoording inzicht worden verschaft in het beheer van de financiën, en kunnen overige beslissingen -onder meer ten aanzien van verhuur van onroerende zaken- zonder oponthoud vanwege juridische conflicten, snel worden genomen, aldus de curator. Ook zal volgens de curator moeten worden bezien of de huidige woonplaats van rechthebbende, die inwonend is bij [belanghebbende 1] , mede gelet op de huidige gezondheid en geestelijke situatie van rechthebbende, in het belang van rechthebbende is, of dat het beter is dat de rechthebbende in een meer neutrale omgeving gaat wonen, buiten de invloedsfeer van (één of meer van) haar kinderen."
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:10171
"Uit alle in deze procedure overgelegde stukken komt duidelijk naar voren dat sprake is van een langdurige en hevige strijd tussen de kinderen van rechthebbende, [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] aan de ene kant en [verweerder] en [verweerster] aan de andere kant. Dit heeft geleid tot tal van juridische procedures en daarmee samenhangende proceskosten ten laste van rechthebbende. Het hof is van oordeel dat het belang van de rechthebbende daarmee niet is gediend. Ook de thans benoemde curator heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep aangegeven dat rechthebbende lijdt onder de huidige situatie waarbij de strijd tussen haar kinderen toeneemt. Benoeming van één of meer kinderen tot curator zal die strijd in stand houden en voorzienbaar is, dat de onderlinge conflicten de overhand zullen nemen boven de bescherming van de belangen van de rechthebbende. Door benoeming van een onafhankelijke derde als curator zullen de belangen van rechthebbende beter worden gewaarborgd, kan door middel van het afleggen van rekening en verantwoording inzicht worden verschaft in het beheer van de financiën, en kunnen overige beslissingen -onder meer ten aanzien van verhuur van onroerende zaken- zonder oponthoud vanwege juridische conflicten, snel worden genomen, aldus de curator. Ook zal volgens de curator moeten worden bezien of de huidige woonplaats van rechthebbende, die inwonend is bij [belanghebbende 1] , mede gelet op de huidige gezondheid en geestelijke situatie van rechthebbende, in het belang van rechthebbende is, of dat het beter is dat de rechthebbende in een meer neutrale omgeving gaat wonen, buiten de invloedsfeer van (één of meer van) haar kinderen."
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:10171
zaterdag 5 maart 2016
4. Weltkongress Betreuungsrecht
14.-17. September 2016 in Erkner (Berlijn). 4e Wereldcongres over beschermingsmaatregelen ten behoeve van kwetsbare personen.
Zie: http://www.wcag2016.de/
Het 1e Wereldcongres vond plaats in Yokohama (Japan) in 2010. Het 2e Wereldcongres in Melbourne (Australië) in 2012. Het 3e in Arlington (USA) in 2014.
Een voorloper van deze congressen is de 'International IGN Conference on Guardianship' die is gehouden in 2007 in Bergen (NH).
Zie: http://www.wcag2016.de/
Het 1e Wereldcongres vond plaats in Yokohama (Japan) in 2010. Het 2e Wereldcongres in Melbourne (Australië) in 2012. Het 3e in Arlington (USA) in 2014.
Een voorloper van deze congressen is de 'International IGN Conference on Guardianship' die is gehouden in 2007 in Bergen (NH).
Labels:
Beschermingsbewind,
Congres,
Curatele,
Mentorschap
Volmacht: bekendmaking einde volmacht
Rechtbank Overijssel: Verzoeker, curator van [X], verzoekt aan de rechtbank de wijze van bekendmaking van de beëindiging van de eerder door [X] afgegeven volmachten.
"De voorzieningenrechter overweegt dat ingevolge het bepaalde in artikel 3:72 lid 1 BW de door [X] verleende volmachten met zijn ondercuratelestelling zijn geëindigd. Het verzoek is daarom - als op de wet gegrond - toewijsbaar".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:5825
"De voorzieningenrechter overweegt dat ingevolge het bepaalde in artikel 3:72 lid 1 BW de door [X] verleende volmachten met zijn ondercuratelestelling zijn geëindigd. Het verzoek is daarom - als op de wet gegrond - toewijsbaar".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2015:5825
vrijdag 19 februari 2016
Curatele: ontslag van curator
Gerechtshof Den Haag: De gewezen curator komt in hoger tegen zijn ontslag als curator door de kantonrechter. Het hof oordeelt dat er geen voldoende aanwijzingen zijn dat de gewezen curator zijn werkzaamheden weer kan hervatten. "Het hof is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat op dit moment onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat verzoeker weer in staat is zijn taak als curator naar behoren te kunnen uitvoeren."
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:370
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:370
Labels:
Curatele,
Ontslag om gewichtige reden.
Curatele opheffing
Gerechtshof Den Haag: Curanda verzoekt opheffing van de curatele omdat de noodzaak daarvan niet meer aanwezig is. "Gezien voormelde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat van een noodzaak tot curatele niet is gebleken en het hof zal de bestreden beschikking dan ook vernietigen. Curatele is de meest vergaande vorm van burgerrechtelijke bescherming van personen, als gevolg waarvan de handelingsbekwaamheid, die van rechtswege verbonden is aan de meerderjarigheid, aan een persoon wordt ontnomen. Het opleggen en in stand houden van een dergelijke maatregel vereist dan ook de grootst mogelijke zorgvuldigheid."
De kantonrechter die het verzoek tot opheffing in eerste aanleg heeft afgewezen krijgt een lesje van het hof: "10. Tenslotte overweegt het hof het navolgende. Verzoekster heeft geen kennis gekregen van het “verzoekschrift strekkende tot ontslag/benoeming curator met bijlagen van de zijde van de curator, ter griffie ingekomen op 15 februari 2015”, zoals dit is vermeld in de bestreden beschikking. Dit verzoek van de moeder is buiten medeweten van verzoekster om behandeld en verzoekster heeft zich daar dan ook niet tegen kunnen verweren. Dit volgt ook uit het proces-verbaal van de behandeling van de zaak door de kantonrechter nu daarin met geen woord is gerept over dit verzoek in het gedeelte waar verzoekster aan het woord is. Het hof is van oordeel dat de rechtbank hiermee de beginselen van een goede procesorde heeft geschonden. Hoor en wederhoor - onder meer vastgelegd in artikel 19 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering - is een van de meest fundamentele vereisten voor een behoorlijk proces en moet ambtshalve worden toegepast. Door betrokkenen in deze afzonderlijk te horen en de beschikking niet tot nauwelijks te motiveren, is het hof van oordeel dat de belangen van verzoekster onvoldoende in acht zijn genomen.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:358
De kantonrechter die het verzoek tot opheffing in eerste aanleg heeft afgewezen krijgt een lesje van het hof: "10. Tenslotte overweegt het hof het navolgende. Verzoekster heeft geen kennis gekregen van het “verzoekschrift strekkende tot ontslag/benoeming curator met bijlagen van de zijde van de curator, ter griffie ingekomen op 15 februari 2015”, zoals dit is vermeld in de bestreden beschikking. Dit verzoek van de moeder is buiten medeweten van verzoekster om behandeld en verzoekster heeft zich daar dan ook niet tegen kunnen verweren. Dit volgt ook uit het proces-verbaal van de behandeling van de zaak door de kantonrechter nu daarin met geen woord is gerept over dit verzoek in het gedeelte waar verzoekster aan het woord is. Het hof is van oordeel dat de rechtbank hiermee de beginselen van een goede procesorde heeft geschonden. Hoor en wederhoor - onder meer vastgelegd in artikel 19 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering - is een van de meest fundamentele vereisten voor een behoorlijk proces en moet ambtshalve worden toegepast. Door betrokkenen in deze afzonderlijk te horen en de beschikking niet tot nauwelijks te motiveren, is het hof van oordeel dat de belangen van verzoekster onvoldoende in acht zijn genomen.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:358
zaterdag 13 februari 2016
Benoeming curator
Gerechtshof Amsterdam: Algehele volmacht verleend aan familielid. Is zij geschikt om tot curator te worden benoemd? --> Het hof oordeelt van niet.
Het hof leidt uit de notariële algehele volmacht af dat betrokkene, zo zij vanwege haar geestelijke gezondheid onder curatele gesteld zou dienen te worden, zij met het verlenen daarvan tevens een uitdrukkelijke voorkeur heeft willen uitspreken voor de persoon van de curator. Dat de leden van de familie al jaren met elkaar in onmin leven, is geen reden om van de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene af te wijken. Geschiktheid van de voorgestelde curator.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:333
Het hof leidt uit de notariële algehele volmacht af dat betrokkene, zo zij vanwege haar geestelijke gezondheid onder curatele gesteld zou dienen te worden, zij met het verlenen daarvan tevens een uitdrukkelijke voorkeur heeft willen uitspreken voor de persoon van de curator. Dat de leden van de familie al jaren met elkaar in onmin leven, is geen reden om van de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene af te wijken. Geschiktheid van de voorgestelde curator.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:333
Labels:
Curatele,
Volmacht,
Voorkeur bij benoeming
vrijdag 22 januari 2016
Ondercuratelestelling
Gerechtshof 's-Hertogenbosch: "Aan de orde is eerst de vraag of de kantonrechter terecht en op goede gronden heeft geoordeeld dat er bij [appellant] sprake is van een geestelijke of lichamelijke toestand die een ondercuratelestelling rechtvaardigt.
Anders dan de kantonrechter is het hof van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat aan de wettelijke vereisten voor een ondercuratelestelling is voldaan. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is onvoldoende gebleken dat bij [appellant] sprake is van een lichamelijke of geestelijke toestand waardoor hij niet in staat is zijn belangen behoorlijk waar te nemen of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt. [appellant] is in het kader van een strafrechtelijke procedure onderzocht en, zoals [appellant] ter zitting heeft verklaard, is uit dit onderzoek geen psychische of psychiatrische stoornis naar voren gekomen. In het verzoekschrift van 29 september 2014, gewijzigd op 3 oktober 2014, is als reden voor het indienen van het verzoek tot ondercuratelestelling aangegeven dat [appellant] in zeer verwarde toestand zijn partner had doodgestoken en [appellant] gelet op zijn geestelijke toestand niet in staat was om voor zijn belangen op te komen. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de stukken noch uit de beschikking van de kantonrechter van 14 april 2015 dat deze geestelijke toestand (zes maanden later) nog aanwezig was. Ook het hof is hiervan gedurende de procedure bij het hof niet gebleken.
Voorts is het hof niet gebleken dat [appellant] niet in staat is om zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Er is naar het oordeel van het hof dan ook niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor een onderbewindstelling. Het feit dat [appellant] gedetineerd is en het derhalve praktisch is dat de zus als bewindvoerder zijn vermogensrechtelijke belangen waarneemt, is daarvoor onvoldoende".
Anders dan de kantonrechter is het hof van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat aan de wettelijke vereisten voor een ondercuratelestelling is voldaan. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is onvoldoende gebleken dat bij [appellant] sprake is van een lichamelijke of geestelijke toestand waardoor hij niet in staat is zijn belangen behoorlijk waar te nemen of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt. [appellant] is in het kader van een strafrechtelijke procedure onderzocht en, zoals [appellant] ter zitting heeft verklaard, is uit dit onderzoek geen psychische of psychiatrische stoornis naar voren gekomen. In het verzoekschrift van 29 september 2014, gewijzigd op 3 oktober 2014, is als reden voor het indienen van het verzoek tot ondercuratelestelling aangegeven dat [appellant] in zeer verwarde toestand zijn partner had doodgestoken en [appellant] gelet op zijn geestelijke toestand niet in staat was om voor zijn belangen op te komen. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de stukken noch uit de beschikking van de kantonrechter van 14 april 2015 dat deze geestelijke toestand (zes maanden later) nog aanwezig was. Ook het hof is hiervan gedurende de procedure bij het hof niet gebleken.
Voorts is het hof niet gebleken dat [appellant] niet in staat is om zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Er is naar het oordeel van het hof dan ook niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor een onderbewindstelling. Het feit dat [appellant] gedetineerd is en het derhalve praktisch is dat de zus als bewindvoerder zijn vermogensrechtelijke belangen waarneemt, is daarvoor onvoldoende".
zondag 3 januari 2016
Belegging vermogen in een B.V.
Gerechtshof Den Haag: Curatele; machtigingsprocedure; verzoek machtiging tot storting vermogen rechthebbende als aandelenkapitaal in vennootschap; onttrekking aan het met wettelijke waarborgen omklede stelsel van (direct) toezicht door de kantonrechter?; uitspraak van de Hoge Raad van 20 november 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3334); beroep op gelijkheidsbeginsel verworpen.
De curator (moeder van rechthebbende) wil vermogen aan rechthebbende schenken, dat vervolgens wordt belegd in een zg. beleggings B.V. "Indien zij over vermogen in box 3 en dus over fictief inkomen daaruit beschikt zou zij dus zeer snel op haar spaargelden interen, omdat zij dan geen huur- en zorgtoeslag zou ontvangen en daarnaast zou haar eigen bijdrage aan het CAK ook hoger zijn. Het is een feit van algemene bekendheid dat de rentestand al jarenlang op een zeer laag niveau ligt maar dat de fiscus nog uitgaat van een rendement van 4%. Het doneren aan de rechthebbende van een of meer geldsommen die direct tot haar vermogen gaan behoren zorgt dus voor een negatief rendement en zij zal als gevolg daarvan ook geen of minder aanspraak kunnen maken op een zorg- en huurtoeslag". Aandelen in een eigen B.V. worden belast in box 2, het zg. aanmerkelijk belang. Zolang de B.V. geen uitkeringen verstrekt aan de aandeelhouder(s), hoeft daarover geen inkomstenbelasting te worden betaald. De winst die in een B.V. wordt gemaakt is belast met vennootschapsbelasting. Uitkeringen uit een eigen B.V. zijn dividend-uitkeringen en worden belast in box 2.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2015:3642
Dezelfde vraag is ook aan de orde geweest in een cassatie zaak bij de Hoge Raad betreffende het storten van een letselschade-uitkering in een B.V. door de beschermingsbewindvoerder.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:3334
De curator (moeder van rechthebbende) wil vermogen aan rechthebbende schenken, dat vervolgens wordt belegd in een zg. beleggings B.V. "Indien zij over vermogen in box 3 en dus over fictief inkomen daaruit beschikt zou zij dus zeer snel op haar spaargelden interen, omdat zij dan geen huur- en zorgtoeslag zou ontvangen en daarnaast zou haar eigen bijdrage aan het CAK ook hoger zijn. Het is een feit van algemene bekendheid dat de rentestand al jarenlang op een zeer laag niveau ligt maar dat de fiscus nog uitgaat van een rendement van 4%. Het doneren aan de rechthebbende van een of meer geldsommen die direct tot haar vermogen gaan behoren zorgt dus voor een negatief rendement en zij zal als gevolg daarvan ook geen of minder aanspraak kunnen maken op een zorg- en huurtoeslag". Aandelen in een eigen B.V. worden belast in box 2, het zg. aanmerkelijk belang. Zolang de B.V. geen uitkeringen verstrekt aan de aandeelhouder(s), hoeft daarover geen inkomstenbelasting te worden betaald. De winst die in een B.V. wordt gemaakt is belast met vennootschapsbelasting. Uitkeringen uit een eigen B.V. zijn dividend-uitkeringen en worden belast in box 2.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2015:3642
Dezelfde vraag is ook aan de orde geweest in een cassatie zaak bij de Hoge Raad betreffende het storten van een letselschade-uitkering in een B.V. door de beschermingsbewindvoerder.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2015:3334
Labels:
Belegging van vermogen,
Beschermingsbewind,
Curatele
donderdag 10 december 2015
Curatele: onbevoegdheid ouderlijk gezag
Onbevoegdheid tot het gezag wegens curatele; voorlopige voogdij; geen deskundigenonderzoek
Een persoon die onder curatele is gesteld verliest de bevoegdheid tot het uitoefenen van het ouderlijk gezag over minderjarige kinderen. In deze uitspraak van het Hof Amsterdam wordt dat bevestigd.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:4937
Een persoon die onder curatele is gesteld verliest de bevoegdheid tot het uitoefenen van het ouderlijk gezag over minderjarige kinderen. In deze uitspraak van het Hof Amsterdam wordt dat bevestigd.
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:4937
zondag 25 oktober 2015
Wat niet weet, wat niet deert
Op vrijdagmiddag vier uur belt Mariska, de
woonbegeleidster van Karel. Of ik kan komen, want er is een probleem. De
werkweek is toch bijna ten einde. Zo heb ik een goede reden om het zittend werk
af te sluiten en mij naar de woning van Karel te begeven. 'Een woning in de
wijk' zoals dat wordt genoemd in de verstandelijk gehandicaptenzorg. Om de
bewoners met een verstandelijke beperking beter te laten integreren in de
samenleving.
Mariska vertelt me dat ze een verstopping hebben gehad in de bijkeuken. Alles daar is onder water komen staan. Door haar collega John is het afvoerputje opengemaakt. Tot ieders verbazing bleek er een prop papier in de afvoer te zitten. Met enig gewroet heeft hij het papier uit de afvoer kunnen krijgen. Het water kon weer zijn weg gaan, zoals het bedoeld is. Probleem opgelost zou je zo zeggen.
Maar de vraagt rijst meteen: hoe komt een prop papier in de afvoer? En wat voor papier is dat dan wel? Alsof ze ervaren rechercheurs zijn van de technische recherche hebben Mariska en John de natte, verlepte prop papier opengevouwen en gladgestreken. Heel voorzichtig om iedere beschadiging te voorkomen. Het bleek een enveloppe te zijn afkomstig van de Officier van Justitie, parket Roermond. De brief was geadresseerd aan Karel, en bevatte een dagvaarding om voor de rechter te verschijnen vanwege een strafbaar feit.
Enige maanden geleden heeft Karel een fikse ruzie gehad met een medebewoner, Maurice. Deze was op een zaterdagavond beschonken thuisgekomen. Met het nodige kabaal. Hij had op de deur van Karel's kamer gebonsd, waardoor deze uit zijn plezierige droom was gehaald. Karel had hem stevig aangepakt: met zijn kop tegen de muur aan geduwd, en vervolgens zijn hand op zijn keel gezet. Gelukkig ook op tijd losgelaten. Maurice had er wel een kleine beschadiging in zijn gezicht aan overgehouden. Net goed, had Karel gereageerd. Zijn verdiende loon.
Maurice had aangifte gedaan. En nu moest Karel voorkomen. De Officier van Justitie had stevig aangezet: 'poging tot doodslag', subsidiair 'zware mishandeling met als gevolg lichamelijk letsel'. Karel begreep dat niet helemaal, want Maurice was de schuldige, niet hij. Hij had hem maar niet wakker moeten maken met zijn zatte kop.
De
rechtszitting stond gepland op de komende dinsdag. In het gesprek met Mariska,
John, Karel en mij bleek Karel behoorlijk gestrest. Hij wilde niet gaan, en hij
‘zou ze dit’ en hij ‘zou ze dat’. Niet hij is de schuldige, maar Maurice. Die
is begonnen en het is niet eerlijk dat hij, Karel, nu moet voorkomen. We proberen
Karel te kalmeren en hem duidelijk te maken dat hij in zijn reactie op Maurice
toch echt te ver is gegaan. Ik besluit dat Karel in deze toestand beter niet
naar de zitting kan gaan, en dat het beter is als ik alleen ga.
Een rechtszitting is een soort ceremonie die strikt aan regels is gebonden. De zaak van de verdachte Karel wordt door de bode aangekondigd, in zittingszaal 3. Ik stap alleen de zittingszaal binnen, en neem plaats op de gereedstaande stoel van de verdachte. De rechter opent de zitting met de vraag of ik de verdachte Karel ben. Ik antwoord dat ik dat niet ben, maar dat ik de wettelijk vertegenwoordiger ben van Karel in mijn hoedanigheid van diens curator. "Dan zit u niet op de juiste stoel. Wilt u plaatsnemen op de stoel ernaast". Gehoorzaam volg ik de instructie van de rechter op. Volgende vraag: is de verdachte Karel niet meegekomen en weet u waarom niet? Ik verklaar dat de geestelijke toestand van Karel niet verenigbaar is met de stressvolle situatie van een rechtszitting, en derhalve zeer schadelijk voor zijn psychische gezondheid. En dat ik om die reden besloten heb alleen naar de rechtszitting te komen. Als curator is het immers mijn taak te waken over zijn belangen en geestelijk welzijn.
Mijn verschijning past duidelijk niet in de ceremonie waaraan rechter, officier van justitie, en griffier gewend zijn, en verknocht zijn geraakt. Hun toneelspel wordt verstoord, en de gang van zaken brengt hen enigszins uit hun evenwicht. Ik verklaar dat ik een beroep doe op artikel 509a van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte is wegens een geestelijke stoornis onder curatele gesteld. Hij kan dus beschouwd worden als een persoon waarvan “vermoed wordt dat de geestvermogens van de verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn, en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijne belangen behoorlijk te behartigen”. Ik verzoek de rechtbank dit te verklaren. Voorts wijs ik fijntjes op het feit dat in het Burgerlijk Wetboek Boek 1 Artikel 12 is bepaald dat de onder curatele gestelde in alles de woonplaats van de curator volgt. De dagvaarding is uitgebracht op het woonadres van de verdachte, en niet op het adres van de curator. Derhalve moet ik de dagvaarding beschouwen als niet verzonden.
De officier van justitie springt uit zijn vel. Hoe haal ik het in mijn hoofd om de rechtsgang te frustreren. De verdachte dient te verschijnen indien hij een dagvaarding krijgt. Rustig herhaal ik mijn beroep op het Wetboek van Strafvordering en het Burgerlijk Wetboek. Het is het probleem van het Openbaar Ministerie als zij zich niet aan de wet houdt.
De rechter besluit de zitting te schorsen. Hij geeft een beschikking af waarin verklaard wordt dat de geestesvermogens van Karel zijn gestoord. Op grond daarvan krijgt Karel gratis juridische bijstand van een advocaat. De volgende zitting is maanden later. Karel en ik zijn samen naar de advocaat geweest en hebben daar ons verhaal gedaan. Karel heeft de toedracht van het gebeurde uit de doeken gedaan. De advocaat zal pleiten voor nader onderzoek. De rechter beslist om een psychologisch onderzoek te laten verrichten.
Het psychologisch rapport concludeert dat sprake is van verminderde toerekeningsvatbaarheid, en dat een rechtszitting aanzienlijke gezondheidsschade kan toebrengen aan verdachte. Gebleken is dat hij in stressvolle situaties psychotisch kan worden. Uiteindelijk volgt schuldigverklaring aan mishandeling zonder strafoplegging.
Mariska vertelt me dat ze een verstopping hebben gehad in de bijkeuken. Alles daar is onder water komen staan. Door haar collega John is het afvoerputje opengemaakt. Tot ieders verbazing bleek er een prop papier in de afvoer te zitten. Met enig gewroet heeft hij het papier uit de afvoer kunnen krijgen. Het water kon weer zijn weg gaan, zoals het bedoeld is. Probleem opgelost zou je zo zeggen.
Maar de vraagt rijst meteen: hoe komt een prop papier in de afvoer? En wat voor papier is dat dan wel? Alsof ze ervaren rechercheurs zijn van de technische recherche hebben Mariska en John de natte, verlepte prop papier opengevouwen en gladgestreken. Heel voorzichtig om iedere beschadiging te voorkomen. Het bleek een enveloppe te zijn afkomstig van de Officier van Justitie, parket Roermond. De brief was geadresseerd aan Karel, en bevatte een dagvaarding om voor de rechter te verschijnen vanwege een strafbaar feit.
Enige maanden geleden heeft Karel een fikse ruzie gehad met een medebewoner, Maurice. Deze was op een zaterdagavond beschonken thuisgekomen. Met het nodige kabaal. Hij had op de deur van Karel's kamer gebonsd, waardoor deze uit zijn plezierige droom was gehaald. Karel had hem stevig aangepakt: met zijn kop tegen de muur aan geduwd, en vervolgens zijn hand op zijn keel gezet. Gelukkig ook op tijd losgelaten. Maurice had er wel een kleine beschadiging in zijn gezicht aan overgehouden. Net goed, had Karel gereageerd. Zijn verdiende loon.
Maurice had aangifte gedaan. En nu moest Karel voorkomen. De Officier van Justitie had stevig aangezet: 'poging tot doodslag', subsidiair 'zware mishandeling met als gevolg lichamelijk letsel'. Karel begreep dat niet helemaal, want Maurice was de schuldige, niet hij. Hij had hem maar niet wakker moeten maken met zijn zatte kop.
Een rechtszitting is een soort ceremonie die strikt aan regels is gebonden. De zaak van de verdachte Karel wordt door de bode aangekondigd, in zittingszaal 3. Ik stap alleen de zittingszaal binnen, en neem plaats op de gereedstaande stoel van de verdachte. De rechter opent de zitting met de vraag of ik de verdachte Karel ben. Ik antwoord dat ik dat niet ben, maar dat ik de wettelijk vertegenwoordiger ben van Karel in mijn hoedanigheid van diens curator. "Dan zit u niet op de juiste stoel. Wilt u plaatsnemen op de stoel ernaast". Gehoorzaam volg ik de instructie van de rechter op. Volgende vraag: is de verdachte Karel niet meegekomen en weet u waarom niet? Ik verklaar dat de geestelijke toestand van Karel niet verenigbaar is met de stressvolle situatie van een rechtszitting, en derhalve zeer schadelijk voor zijn psychische gezondheid. En dat ik om die reden besloten heb alleen naar de rechtszitting te komen. Als curator is het immers mijn taak te waken over zijn belangen en geestelijk welzijn.
Mijn verschijning past duidelijk niet in de ceremonie waaraan rechter, officier van justitie, en griffier gewend zijn, en verknocht zijn geraakt. Hun toneelspel wordt verstoord, en de gang van zaken brengt hen enigszins uit hun evenwicht. Ik verklaar dat ik een beroep doe op artikel 509a van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte is wegens een geestelijke stoornis onder curatele gesteld. Hij kan dus beschouwd worden als een persoon waarvan “vermoed wordt dat de geestvermogens van de verdachte gebrekkig ontwikkeld of ziekelijk gestoord zijn, en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijne belangen behoorlijk te behartigen”. Ik verzoek de rechtbank dit te verklaren. Voorts wijs ik fijntjes op het feit dat in het Burgerlijk Wetboek Boek 1 Artikel 12 is bepaald dat de onder curatele gestelde in alles de woonplaats van de curator volgt. De dagvaarding is uitgebracht op het woonadres van de verdachte, en niet op het adres van de curator. Derhalve moet ik de dagvaarding beschouwen als niet verzonden.
De officier van justitie springt uit zijn vel. Hoe haal ik het in mijn hoofd om de rechtsgang te frustreren. De verdachte dient te verschijnen indien hij een dagvaarding krijgt. Rustig herhaal ik mijn beroep op het Wetboek van Strafvordering en het Burgerlijk Wetboek. Het is het probleem van het Openbaar Ministerie als zij zich niet aan de wet houdt.
De rechter besluit de zitting te schorsen. Hij geeft een beschikking af waarin verklaard wordt dat de geestesvermogens van Karel zijn gestoord. Op grond daarvan krijgt Karel gratis juridische bijstand van een advocaat. De volgende zitting is maanden later. Karel en ik zijn samen naar de advocaat geweest en hebben daar ons verhaal gedaan. Karel heeft de toedracht van het gebeurde uit de doeken gedaan. De advocaat zal pleiten voor nader onderzoek. De rechter beslist om een psychologisch onderzoek te laten verrichten.
Het psychologisch rapport concludeert dat sprake is van verminderde toerekeningsvatbaarheid, en dat een rechtszitting aanzienlijke gezondheidsschade kan toebrengen aan verdachte. Gebleken is dat hij in stressvolle situaties psychotisch kan worden. Uiteindelijk volgt schuldigverklaring aan mishandeling zonder strafoplegging.
vrijdag 23 oktober 2015
Curatele: benoeming buitenstaander als curator
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Benoeming van curator in afwijking van de voorkeur van betrokkene. Het hof overweegt: "Hoewel [betrokkene] als zijn voorkeur heeft uitgesproken dat zijn vader tot curator wordt benoemd, ziet het hof in het onderhavige geval gegronde redenen om die voorkeur niet te volgen en af te wijken van het wettelijk uitgangspunt.
Het hof is er namelijk niet van overtuigd dat de vader de (continuïteit van de) intensieve zorg en de veilige omgeving kan waarborgen die [betrokkene] nodig heeft. Daartoe overweegt het hof dat de vader er geen blijk van heeft gegeven genoeg inzicht te hebben in de omvangrijke problematiek van [betrokkene] om die problematiek als curator voldoende het hoofd te kunnen bieden. In het bijzonder lijkt de vader onvoldoende in te zien dat [betrokkene] vanwege zijn hiervoor genoemde geestelijke beperkingen en de effecten daarvan op zijn dagelijks functioneren een goed gestructureerde omgeving nodig heeft en professionele zorg, bestaande uit intensieve geleiding en hulpverlening. Daarbij komt dat de moeder van [betrokkene] , met wie hij regelmatig contact heeft, een constante factor in het leven van [betrokkene] vormt en dat dit door een eventuele verhuizing van [betrokkene] naar België zal worden verstoord. Het hof onderschrijft in dit kader ook de door de moeder geuite zorgen betreffende de kans op conflicten tussen de ouders, te meer nu de ouders van mening verschillen over wat [betrokkene] nodig heeft. In verband hiermee heeft de kantonrechter terecht overwogen dat het in het belang van [betrokkene] is dat een onafhankelijke derde zijn belangen behartigt, zodat [betrokkene] niet klem komt te zitten tussen zijn ouders".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:7964
Het hof is er namelijk niet van overtuigd dat de vader de (continuïteit van de) intensieve zorg en de veilige omgeving kan waarborgen die [betrokkene] nodig heeft. Daartoe overweegt het hof dat de vader er geen blijk van heeft gegeven genoeg inzicht te hebben in de omvangrijke problematiek van [betrokkene] om die problematiek als curator voldoende het hoofd te kunnen bieden. In het bijzonder lijkt de vader onvoldoende in te zien dat [betrokkene] vanwege zijn hiervoor genoemde geestelijke beperkingen en de effecten daarvan op zijn dagelijks functioneren een goed gestructureerde omgeving nodig heeft en professionele zorg, bestaande uit intensieve geleiding en hulpverlening. Daarbij komt dat de moeder van [betrokkene] , met wie hij regelmatig contact heeft, een constante factor in het leven van [betrokkene] vormt en dat dit door een eventuele verhuizing van [betrokkene] naar België zal worden verstoord. Het hof onderschrijft in dit kader ook de door de moeder geuite zorgen betreffende de kans op conflicten tussen de ouders, te meer nu de ouders van mening verschillen over wat [betrokkene] nodig heeft. In verband hiermee heeft de kantonrechter terecht overwogen dat het in het belang van [betrokkene] is dat een onafhankelijke derde zijn belangen behartigt, zodat [betrokkene] niet klem komt te zitten tussen zijn ouders".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2015:7964
dinsdag 13 oktober 2015
Curatele; schenking
Hof 's-Hertogenbosch: Schenkingen aan kinderen. Wel toegestaan voor lopend jaar, maar geen doorlopende machtiging verstrekt. Het hof: "Verder overweegt het hof dat appellant onvoldoende inzicht heeft verstrekt in de hoogte van het overige vermogen van de vader op dit moment. De vader is dan wel in het bezit van een effectenportefeuille, maar de huidige waarde hiervan is het hof niet duidelijk geworden, terwijl vast staat dat het verloop van aandelenkoersen in de toekomst per definitie onzeker is. Tevens is onvoldoende duidelijk welke bedragen nodig zijn voor een adequate verzorging van de vader.
Hetgeen door de curator is aangevoerd omtrent de schenkingen aan de kinderen en kleinkinderen in 2010, aan de kleinkinderen in 2011 en aan de kinderen in 2013 is op zich evenmin voldoende om het verzoek voor een doorlopende machtiging voor schenkingen aan de kinderen te wettigen. Nog daargelaten of deze schenkingen op zich voldoende blijk geven van een schenkingstraditie, deze zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende aanleiding om een doorlopende machtiging te verlenen ten gevolge waarvan de rechterlijke toets op het restkapitaal zou komen te vervallen en er aldus geen rechterlijke controle meer zou zijn op de behartiging van de belangen van de vader, de curandus. Het hof overweegt daarbij dat het appellant vrij staat om ieder jaar bij de kantonrechter een verzoek te doen tot schenking van een deel van het vermogen van de vader, zodat op dat moment de meest recente stand van zaken kan worden betrokken in de beoordeling van het verzoek".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3736
Hetgeen door de curator is aangevoerd omtrent de schenkingen aan de kinderen en kleinkinderen in 2010, aan de kleinkinderen in 2011 en aan de kinderen in 2013 is op zich evenmin voldoende om het verzoek voor een doorlopende machtiging voor schenkingen aan de kinderen te wettigen. Nog daargelaten of deze schenkingen op zich voldoende blijk geven van een schenkingstraditie, deze zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende aanleiding om een doorlopende machtiging te verlenen ten gevolge waarvan de rechterlijke toets op het restkapitaal zou komen te vervallen en er aldus geen rechterlijke controle meer zou zijn op de behartiging van de belangen van de vader, de curandus. Het hof overweegt daarbij dat het appellant vrij staat om ieder jaar bij de kantonrechter een verzoek te doen tot schenking van een deel van het vermogen van de vader, zodat op dat moment de meest recente stand van zaken kan worden betrokken in de beoordeling van het verzoek".
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2015:3736
Abonneren op:
Posts (Atom)
