woensdag 3 januari 2024

Nieuwjaarswens

 

Ik wensche u wat ik zelf betracht:
bij dage werk, en rust bij nacht;
als g’honger hebt, een bete brood;
als dorst u kwelt, geen waternood:
geen schulden als die ge effen kunt
betalen met gepaste munt;
en heel dit jaar, zoo ’t gaat en staat,
geen tandzeer. Is ’t daar al meê? Ja ’t.


Guido Gezelle (1830-1899)





maandag 1 april 2019

Beschermingsbewind en beroepsgeheim


Bewindvoerders beschermingsbewind (verder te noemen: bewindvoerder) hebben geen wettelijk beroepsgeheim, zoals dat wel bestaat voor de medische beroepen. Artsen, verpleegkundigen, verzorgenden, en andere (para-)medische beroepsbeoefenaren moeten dan ook een eed afleggen bij het toetreden tot hun beroep. Voor andere beroepsbeoefenaren in de zorg is veelal een ‘beroepscode’ van toepassing, zoals voor bijvoorbeeld maatschappelijk werkers. De branche- en beroepsverenigingen voor bewindvoerders verwijzen in hun beroepscode of kwaliteitsverordening naar de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

De persoonsgegevens die men registreert en verwerkt mogen enkel het doel dienen waarvoor zij bestemd zijn. Dat geldt ook voor de verstrekking van persoonsgegevens aan derden. De vraag is in welke gevallen persoonsgegevens aan derden mogen worden verstrekt. We gaan te rade bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) op hun website: www.autoriteitpersoonsgegevens.nl. Het antwoord op de vraag: “Wanneer mag mijn zorgverlener het medisch beroepsgeheim doorbreken?” is drieledig. Analoog aan het medisch beroepsgeheim, en het doorbreken daarvan, kan men de voorwaarden toepassen op de bewindvoerder.

1.     Toestemming.

Indien rechthebbende vooraf schriftelijk toestemming geeft aan de bewindvoerder zijn gegevens aan derden te verstrekken, dan mag de bewindvoerder de gegevens verstrekken. Wel moet hij vooraf de rechthebbende goed en volledig informeren over de reden van de verstrekking. Of de bewindvoerder verstrekt de gegevens op verzoek van rechthebbende aan een derde partij. Bijvoorbeeld: de bewindvoerder verstrekt aan een (potentiële) verhuurder een IB-60 verklaring of jaaropgave op verzoek van rechthebbende.

2.     Wettelijk voorschrift.

De bewindvoerder is verplicht op grond van een wettelijk voorschrift de gegevens te verstrekken aan bijvoorbeeld een overheidsdienst. Bijvoorbeeld op grond van de Wet inkomstenbelasting of de Participatiewet.

3.     Conflict van plichten.

De bewindvoerder mag persoonsgegevens aan derden verstrekken, indien er sprake is van een conflict van plichten. Zo’n conflict kan ontstaan, indien het niet verstrekken van persoonsgegevens aan derden, een ernstig nadeel of gevaar oplevert voor rechthebbende of voor anderen. De AP stelt: “Van een conflict van plichten is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen sprake. Het moet gaan om een noodsituatie”. De vraag die onbeantwoord blijft is: Wat is een “zeer uitzonderlijk geval”? Of: “Wat is een noodsituatie?”.

Praktijkgeval: Voor de Branchevereniging Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders (BPBI) beantwoord ik vragen van leden, welke niet door het verenigingsbureau kunnen worden beantwoord. Mij werd de volgende casus voorgelegd: een rechthebbende is van beroep vrachtwagenchauffeur. Na een korte periode van opname wegens verslavingsproblemen, zoekt de persoon weer werk als chauffeur. Maar: “Naar ons ter ore is gekomen heeft hij echter al jaren geen rijbewijs meer”. Wat moet de bewindvoerder doen? Dit melden bij de (potentiële) werkgever of bij de politie? Is de bewindvoerder verantwoordelijk, en mogelijk aansprakelijk?

            Mijn eerste advies is: stel met zekerheid vast of er inderdaad sprake is van het ontbreken van een geldig rijbewijs. Een gerucht is geen voldoende bewijs. Dit kan slechts op één manier: stel de vraag aan rechthebbende, en verzoek hem om een kopie van zijn geldig rijbewijs te verstrekken. Ben ook eerlijk en open naar rechthebbende toe: deel mee wat je hebt vernomen (zonder de bron van je informatie te vermelden). En informeer hem over de ernstige gevolgen van het niet hebben van een geldig rijbewijs.

            De gevolgen van het besturen van een motorvoertuig zonder dat men in het bezit is van een voor dat voertuig geldig rijbewijs kan zeer ernstige gevolgen hebben, indien men betrokken raakt bij een verkeersongeval. Op de eerste plaats zal de verzekeringsmaatschappij geen enkele schade vergoeden aan het eigen voertuig. Maar ook kan de zij vergoeding van schade toegebracht  aan derden mogelijk niet vergoeden. Of: indien de schade wel vergoed wordt, deze verhalen op de verzekeringsnemer. Dat kan bij een eigen auto de chauffeur zijn die in overtreding is, of de onderneming wiens voertuig hij bestuurde. Materiële schade kan al een behoorlijk schadebedrag zijn, maar een echt hoog schadebedrag kan ontstaan indien er ook sprake is van letselschade toegebracht aan een ander persoon. Het besturen van een motorvoertuig terwijl het rijbewijs is ingevorderd wordt gezien als een misdrijf.

            Indien de bewindvoerder met zekerheid heeft vastgesteld dat rechthebbende niet in het bezit is van een geldig rijbewijs en toch een motorvoertuig bestuurt, dan doet de vraag zich voor of hier sprake is van een ‘conflict van plichten’. Aan de ene kant heeft de bewindvoerder een ‘geheimhoudingsplicht’ en mag hij informatie over rechthebbende niet doorgeven aan derden. Aan de andere kant dient de bewindvoerder rechthebbende, waar mogelijk, te beschermen tegen grote financiële risico’s. Zoals de AP stelt: Het niet verstrekken van persoonsgegevens aan derden, kan een ernstig nadeel of gevaar opleveren voor rechthebbende of voor anderen.

            In het voorbeeld heb ik geoordeeld dat hier sprake is van “een uitzonderlijk geval” en van een “noodsituatie”. Daarom heb ik het advies gegeven dat de bewindvoerder tracht rechthebbende ervan te overtuigen dat hij bij het begaan van deze overtreding grote financiële risico’s loopt en ernstig leed kan veroorzaken aan derden, waarvoor geen dekking van een verzekering bestaat. En dat op grond van deze overwegingen de bewindvoerder de (potentiële) werkgever zal verzoeken om te verifiëren of de betrokkene in het bezit is van een geldig rijbewijs.

            Overigens moet hierbij worden opgemerkt dat het zondermeer een verantwoordelijkheid is van de werkgever, dat hij voor alle chauffeurs die hij in dienst heeft of neemt, vaststelt dat zij in het bezit zijn van een geldig rijbewijs. Uit de beschrijving van de onderhavige casus blijkt dat dit niet altijd wordt gedaan: “Verbazingwekkend genoeg is hij daar blijkbaar in het verleden, bij diverse werkgevers, toch mee aan de slag gekomen”.





Eindhoven, 29 maart 2019.

© André Leijssen










zondag 3 juni 2018

Het budgetplan, instrument van disciplinering

“Tienduizenden Nederlanders met schulden hebben de zeggenschap over hun geld noodgedwongen overgedragen aan private bewindvoerders. Maar die sector kleineert mensen en houdt ze afhankelijk”.
“242.000 Nederlanders, …………. hebben geen enkele zeggenschap meer over hun geldzaken. Ze hebben de controle over hun financiën overgedragen ………. De bewindvoerder beheert hun bankrekeningen, betaalt facturen en keert – als je geluk hebt – wekelijks leefgeld uit”.
“Ik ben financieel gehandicapt gemaakt”.
“Zo blijven honderdduizenden burgers veroordeeld om, soms tot hun dood, van enkele tientjes leefgeld per week rond te komen en voor al hun uitgaven toestemming te vragen”.
Citaten uit: De Groene Amsterdammer van 2 mei 2018, nr. 18.

(Ik ben selectief in de citaten: de beledigingen, insinuaties, onwaarheden, beschuldigingen, verdachtmakingen, het gebrek aan kennis, de seksistische opmerkingen: deze laat ik voor wat ze zijn. Het gaat mij er om de kern van het beschermingsbewind duidelijk te maken op grond van feiten, niet op grond van opinies).

Inderdaad is het geen pretje als al je huidige en toekomstige goederen onder bewind worden gesteld, en de kantonrechter een bewindvoerder benoemt. Het is zijn taak de onder bewind gestelde goederen te beheren. Zo luidt de formele taal, zoals die in de wet staat en zoals die in de instellingsbeschikking staat. In de praktijk betekent dat, dat de bewindvoerder het beheer van iemands inkomen en vermogen op zich neemt, en dus het beheer over de bankrekeningen. Alle professionele bewindvoerders werken volgens het systeem van twee bankrekeningen: Eén bankrekening waarop alle inkomsten van rechthebbende worden bijgeschreven, en waarvan alle betalingen plaatsvinden. Deze bankrekening noemen we de beheerrekening: deze wordt door de bewindvoerder beheerd (m.a.w. de bewindvoerder is de baas daarover). En één bankrekening waarop het leefgeld periodiek wordt bijgeschreven; deze bankrekening noemen we de leefgeldrekening. Rechthebbende kan vrij beschikken over het saldo van deze bankrekening met zijn eigen bankpas met pincode.

Hoe beheert de bewindvoerder het inkomen dat op de beheerrekening wordt bijgeschreven? Daarvoor wordt het instrument van de huishoudbegroting ofwel het budgetplan gebruikt. Een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven. Laten we als voorbeeld eens kijken naar het budgetplan van Karel.  Karel is een man van 40 jaar. Hij is zwakbegaafd. Hij heeft al vanaf zijn 18 jaar een Wajong-uitkering. Hij woont zelfstandig in een flatje; hij heeft ambulante begeleiding van zijn woonbegeleidster Marieke, die werkt bij een zorginstelling voor personen met een verstandelijke beperking. Omdat het steeds maar misging met zijn financiën, en ook Marieke er geen zicht meer over kon krijgen, is een beschermingsbewind ingesteld. Dat is nu al jaren zo. Zijn schulden zijn inmiddels opgelost. Soms klaagt Karel dat hij niets meer heeft te zeggen over zijn eigen geld. De bewindvoerder stelt voor dat eens goed met elkaar te bespreken; met Karel en Marieke. Er wordt een afspraak gemaakt. De bewindvoerder heeft het budgetplan bijgewerkt, zoals hij dat ieder jaar met hen bespreekt. Maar nu heeft de bewindvoerder achter iedere inkomsten en uitgaven post vermeld wie uiteindelijk beslist of heeft beslist over deze post: de overheid, Karel of de bewindvoerder. Laten we eens kijken.
-          De inkomsten worden in zijn geheel bepaalt door de overheid. Het is de taak van de bewindvoerder er zorg voor te dragen dat Karel deze ook allemaal ontvangt. Er is sprake van nalatigheid of ‘slecht bewindvoerderschap’ indien de bewindvoerder in deze zorg tekortschiet. Voor eventuele schade is hij aansprakelijk.
-          Over de uitgaven wordt of is als volgt beslist:
       Door Karel: Vaste lasten € 768,--. Vrij besteedbaar € 433,33. Samen € 1.201,33.
       Dit is 84,8%.
       Door Overheid: € 158,39 à 11,2 %
       Door bewindvoerder: € 57,-- à 4 %
-          Karel heeft vrij besteedbaar en beschikbaar € 433,33 (30,6%) per maand. In onderling 
       overleg is bepaald hoe dit beschikbaar wordt gesteld. Niet in het budgetplan is
       opgenomen de incidentele inkomsten, zoals vakantiegeld, tegemoetkoming
       arbeidsongeschiktheid, e.d. Ook die inkomsten zijn voor Karel vrij beschikbaar en op
       de wijze zoals Karel dat wenst.

BUDGETLAN

INKOMSTEN
-          Wajong uitkering                                                    €    1.001,92              Overheid
-          Huurtoeslag                                                           €       212,--                Overheid
-          Zorgtoeslag                                                            €         95,--               Overheid          
-      Bijzondere bijstand kosten bewind                        €       111,29              Overheid
                                                                                     -----------------
      Totaal inkomsten                                                    €    1.420,21

UITGAVEN
Vaste lasten
-          Huur                                                                        €       460,--              Karel
-          Energielasten (gas en elektriciteit)                         €       110,--               Karel
-          Water                                                                      €         13,--               Karel
-          Gemeentelijke heffingen                                         €         15,--              Overheid
-          Alles in 1 pakket (tv, telefoon, internet)                  €         40,--               Karel
-          Bankkosten                                                             €          3,--               Bewindvoerder
-          Verzekering huispakket (AVP en inboedel)            €        14,--               Bewindvoerder
-          Uitvaartverzekering                                                 €         5,--                Karel
-          Zorgverzekering (collectief via gemeente)              €      140,--               Karel
-          Kosten beschermingsbewind                                  €      111,29             Overheid
Reserveringen
-          Eigen risico zorgverzekering                                  €        32,10             Overheid
-          Kledinggeld                                                             €        50,--              Karel
-          Sparen                                                                    €        50,--              Karel
-          Onvoorzien                                                              €       40,--              Bewindvoerder
Huishoudelijke uitgaven
-          Leefgeld (€ 70 per week)                                         €     303,33            Karel
-          Maandgeld                                                               €       30,--              Karel
                                                                                      ------------------
Totaal uitgaven                                                        €     1.416,72                                    

Zo simpel is het! Zonder het beschermingsbewind zou het budgetplan van Karel er exact hetzelfde uit kunnen zien, behoudens de bijzondere bijstand en de kosten van het beschermingsbewind. Dat kan Karel zelf toch ook!? Uitvoeren wat hij zelf wil of gewild heeft. Karel beslist of heeft beslist over hoe hij zijn geld uitgeeft voor bijna 85% van zijn inkomen. Voorts beslist de overheid voor ruim 11%, en de bewindvoerder voor 4%. Waarom dan toch beschermingsbewind? Waartoe dient dat? Gebleken is dat Karel zijn geld weleens aan andere zaken uitgeeft, dan aan de verplichtingen die hij heeft aangegaan. Hij heeft weliswaar een huurovereenkomst aangegaan, en hij geniet van het wonen in zijn eigen flatje, maar hij heeft niet altijd de huur (op tijd) betaald. Hij gaat, indien nodig naar de dokter, maar hij heeft niet altijd zijn zorgpremie betaald. En bij de huurtoeslag had hij niet opgegeven dat hij een paar maanden heeft samengewoond met Joyce. Weet hij veel dat je dat moet opgeven! Daarom had hij een schuld bij de belastingdienst. En die brief kwam pas een jaar later. Eerst krijg je geld en dan pakken ze het van je af.

Twee belangrijke functies van het beschermingsbewind komen naar voren:
1.      BESCHERMING: Karel kent de weg in de ingewikkelde overheidsbureaucratie niet. “De
      overheid” is een veelkoppig monster geworden. Daardoor vult hij formulieren niet goed
      is. Daardoor komt hij in de schulden. Dat noemt men tegenwoordig ‘bureaucratische
      schulden’.
2.      Karel komt zijn betalingsverplichtingen niet na. Zijn Wajong komt aan het eind van de
      maand op zijn rekening. Aan het begin van de volgende maand moet bij zijn huur en
      zorgpremie betalen. Maar soms had hij daarvoor niet meer genoeg saldo. Hij had zijn
      geld aan andere zaken uitgegeven. Het ontbreekt Karel aan voldoende vaardigheden en
      discipline om zijn uitgaven goed te plannen. Dat is een tweede functie van het
      beschermingsbewind: DISCIPLINERING.

En dat heeft zijn bewindvoerder nu van hem overgenomen. Er zorg voor dragen dat Karel krijgt waar hij recht op heeft. En er zorg voor dragen dat de uitgaven plaats vinden volgens de aangegane overeenkomsten, wettelijke verplichtingen en afspraken, zoals die in het budgetplan zijn opgenomen. DISCIPLINERING dus.

Karel is één van die 242.000 Nederlanders, die de zeggenschap over zijn geldzaken heeft overgedragen aan een bewindvoerder. Zijn bewindvoerder draagt er zorg voor dat hij niet meer ‘in de fout’ gaat. Hij kan geen geld meer uitgeven als hij het niet heeft. Karel heeft niet meer de vrijheid om schulden te maken en zo weer in de problemen te komen. Zijn bewindvoerder zegt “neen” indien er niet genoeg geld is. Toen hij nog schulden had en de bewindvoerder die afloste, had hij een leefgeld van maar € 50 per week. Nu heeft hij € 70 per week, en nog € 30 extra per maand, en nog kledinggeld, en zijn vakantiegeld, en kan hij ook nog een beetje sparen.

Karel ‘heeft geluk’, zoals De Groene zegt: hij ontvangt zijn leefgeld iedere week, en bijna altijd op tijd; iedere donderdag wordt het overgemaakt. Een heel enkele keer is het misgegaan. Maar dat lag aan de bank. Die had last van een ernstige ziekte: DDoS-aanvallen. Zoals naar schatting ruim 99,9% van de personen ‘onder bewind’ iedere week ‘geluk hebben’ en hun leefgeld ontvangen.

Sommigen hebben ‘geen geluk’:
-          sommigen hebben hun werkbriefje niet op tijd ingeleverd en dan wordt hun WW-
       uitkering niet uitbetaald; dan kan er geen leefgeld worden overgemaakt;
-          sommigen krijgen hun Participatiewet uitkering niet (op tijd), omdat de gemeente
      aanwijzingen heeft van het vermoeden van ‘fraude’: de inlichtingenplicht zou niet goed
      zijn nagekomen; leefgeld kan niet worden overgemaakt;
-          sommigen hebben hun uitzendbureau doorgegeven om hun salaris uit te betalen op
      hun leefgeldrekening en dat vervolgens opgenomen; onvermijdelijk dat er nieuwe
      schulden ontstaan;
-          bij sommigen heeft een deurwaarder of het CJIB beslag gelegd op hun beheerrekening
      bij de bewindvoerder; dan kan deze geen enkele betaling meer doen en dus ook geen
      leefgeld overmaken;
-          sommigen hebben een niet betaalde boete bij het CJIB, die door verhogingen is
     “verdrievoudigd”, en daardoor al helemaal niet meer betaald kan worden; zij worden
     ‘gegijzeld’, verliezen daardoor hun werk of uitkering; gevolg: nog meer
      betalingsproblemen;
-          bij sommigen heeft een deurwaarder beslag gelegd op hun uitkering en daarbij de
      beslagvrije voet veel te laag vastgesteld; er komt te weinig inkomen binnen op de
      beheerrekening; onvermijdelijk ontstaan nieuwe schulden en komt leefgeld in gevaar;
-          sommigen vertrekken gewoon, zonder de bewindvoerder of wie dan ook daarvan op de
      hoogte te stellen, zonder achterlating van verblijfsadres of telefoonnummer; contact niet
      meer mogelijk is.

Voor diegenen die ‘geen geluk’ hebben, kan de bewindvoerder niet anders dan de gevolgen van het gedrag van rechthebbende aan de persoon door te geven. Wet- en regelgeving verbiedt de bewindvoerder anders te handelen. Een debetstand op de beheerrekening is niet geoorloofd, en is feitelijk niet mogelijk. Ook dit behoort tot de disciplinerende functie van het beschermingsbewind. De discipline van een ‘keiharde’ economische wet wordt gehandhaafd: ‘als consument kun je niet meer uitgeven dan er aan inkomsten binnenkomt’.

Zoals men het Wetboek van Strafrecht niet kan verwijten aan de politieagent of rechter die de wetten moeten handhaven, zo kan men ook niet de bewindvoerder verwijten dat hij in de uitvoering van zijn taak zich aan de wet- en regelgeving houdt. Hij is uitvoerder en boodschapper van soms zeer onaangename feiten voor de betrokken personen. Zeker in ‘schuldenbewinden’, waar de brei van wet- en regelgeving enorme proporties heeft aangenomen.

Literatuur over complexe samenleving:
-          Nationale Ombudsman (2013): Mijn onbegrijpelijke overheid. Den Haag: 2013.
-          Nationale Ombudsman (2017):  Wie niet past, loopt vast.  Den Haag, 2017.

© André Leijssen, juni 2018.

zaterdag 19 mei 2018

P.S.

“Het ministerie van Volksgezondheid ontdekte dat achttienduizend mensen onder bewind een hogere zorgpremie betalen dan nodig, omdat hun bewindvoerder geen betalingsregeling treft met de zorgverzekeraar. Deze mensen zijn maandelijks 27 euro te veel kwijt. ‘Het lijkt onbegrijpelijk dat bewindvoerders geen betalingsregeling treffen’, zegt een woordvoerder van het ministerie”. Citaat uit De Groene Amsterdammer van 2 mei 2018, nr. 18.

Laten we eens kijken hoe dat zit. Als voorbeeld nemen we de situatie van Piet Schuldenaar. Zijn goederen staan sinds vier maanden onder bewind. Zijn bewindvoerder heeft deze maanden nodig gehad om zijn situatie in kaart te brengen. Hoe ziet zijn situatie eruit? We kijken naar zijn huishoudbudget en zijn schuldensituatie.

Huishoudbudget: Piet heeft geen werk. Hij solliciteert zich het ‘leplazarus’, maar werk is er geen voor hem. Niet-geschoolde arbeid is er niet meer; met alleen LOM-school kun je nergens terecht. Hij heeft dus een bijstandsuitkering van de gemeente. Netto € 948 per maand. Maar daar wordt op ingehouden voor de belastingdienst: beslaglegging van € 97 per maand. Hij krijgt huurtoeslag. De zorgtoeslag: daar is beslag op gelegd. De bewindvoerder heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van het bewind. De bewindvoerder betaalt de huur en andere vaste lasten. En Piet? Piet krijgt iedere week € 40 leefgeld. Hij hoeft niet van honger om te komen. Kleren koopt hij in de kringloopwinkel. En de bewindvoerder heeft hem aangemeld bij de voedselbank.

Schulden: Piet heeft veel schulden. Hij dacht dat het iets van rond de € 15.000 was. Maar de bewindvoerder heeft een lijst gemaakt en die komt uit op bijna € 32.000. Verschillende aanslagen van de belastingdienst uit de tijd dat hij geprobeerd heeft zijn geld te verdienen als zzp-er schoonmaker. Is niks geworden met al die belastingbrieven. Hij kwam gewoon geld te kort om van te leven. Daardoor is hij in de schulden geraakt. Ruim € 9.000 bij de belastingdienst, waarvan de helft bestaat uit boetes. Zijn zorgpremie heeft hij nooit betaald. Bij het CAK staat € 2.500; bij de zorgverzekeraar € 5.300; bij de deurwaarder vijf vorderingen, samen € 1700; bij het CJIB ook nog eens € 1.300. Totaal dus ruim € 10.800. Dan heeft hij nog een huurschuld van zijn vorige woningstichting bij de deurwaarder; ook bij de deurwaarder van Greenchoice; het waterschap heeft hij ook niet kunnen betalen. Ook een verkeersboete bij het CJIB, die al meer dan verdubbeld is, omdat hij gewoonweg niet kon betalen. Bij een schuldopkoper (Lindorff Incasso) nog een heel oude schuld bij de KPN, waarvan Piet dacht dat die allang was afgeschreven. Een onbetaalde tandartsrekening die bij het incassobureau ligt. Aanslagen van de gemeente voor heffingen, die niet betaald zijn (van een aanvraag kwijtschelding had Piet nog nooit gehoord). Bij de woningstichting heeft hij een achterstand van twee maanden; bij de energieleverancier is drie maanden achterstand. Zijn telefoon is afgesloten: die schuld is gigantisch opgelopen. De telefoon heeft hij gehouden, en hij heeft een prepay-kaartje gekocht met een ander telefoonnummer.

Piet is al eens naar de gemeente geweest voor hulp. Maar daar konden ze hem niet helpen. Hij moest allerlei formulieren invullen, waar hij niets van snapte. En hij moest deel gaan nemen aan een ‘budgetcursus’ in een groep. Dat kan Piet helemaal niet, dat past niet bij hem. Daarom is hij er niet naartoe gegaan. Toen heeft de gemeente de hulp beëindigd. Piet zag het allemaal niet meer zitten, en toen heeft een maatschappelijk werker van het buurthuis hem naar een bewindvoerder verwezen.

Terug naar de beginvraag: waarom treft de bewindvoerder geen betalingsregeling met de zorgverzekeraar. Het antwoord is gegeven: in de schuldenlijst staan z.g. bedreigende schulden (huurachterstand en achterstand bij energieleverancier). Dat heeft prioriteit. Maar bovendien: Piet heeft geen aflossingscapaciteit meer. De belastingdienst heeft de beslagvrije voet te laag vastgesteld: daar moet de bewindvoerder wat aan doen. Daar gaan enkele maanden overheen. En intussen krijgt Piet dus gewoon te weinig om van te leven. Om de verhuurder en de energie aan het lijntje te houden, zodat Piet kan blijven wonen, moet de bewindvoerder toch iets af gaan lossen. Voorbeeld: huur 2 maanden = € 1.000. Aflossing € 20 per maand geeft 50 maanden aflossing. Hij heeft een minimumuitkering. Het uiterste minimum is de beslagvrije voet (90% bijstandsnorm met enige correcties i.v.m. zorgpremie/ zorgtoeslag en huur/ huurtoeslag). Piet zit daar noodgedwongen onder, vanwege huurachterstand en achterstand bij energie.

Inderdaad Piet is iedere maand ‘27 euro te veel kwijt’. Dat Piet 27 euro in de maand te veel kwijt is, ligt niet aan Piet, ook niet aan zijn bewindvoerder, maar aan de onzalige boeteregeling die door ‘Den Haag’ is uitgevonden. “Laten we personen die hun zorgpremie niet kunnen betalen lekker een boete opleggen” en vervolgens met een beschuldigende vinger wijzen naar de schuldenaar en zijn bewindvoerder. Dat is wat voor Piet onbegrijpelijk is. Maar ook voor zijn bewindvoerder. In de tijd van het ziekenfonds was het voor Piet allemaal wat eenvoudiger. De ziekenfondspremie werd op zijn loon of uitkering ingehouden. Daar had Piet dus geen omkijken naar.

In de huidige wet- en regelgeving is er voor veel personen zoals Piet geen mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen. En er zijn heel veel ‘Pieten’, die niet geholpen kunnen worden door de schuldhulpverlening. ‘Pieten’ die de ingewikkelde formulieren niet begrijpen. ‘Pieten’ die niet meer dan LOM-school hebben gehad. ‘Pieten’ die zwakbegaafd zijn. ‘Pieten’ die laaggeletterd zijn. ‘Pieten’ die financieel niet zelfredzaam zijn. Deze ‘Pieten’ worden het beschermingsbewind ingeduwd. Zij begrijpen de wetten en regels niet; het overkomt hen allemaal: de enorm hoge kosten en boetes die worden opgelegd. Zij kunnen niet meedoen, zij mogen niet meedoen. Het wordt de ‘Pieten’ onmogelijk gemaakt om mee te doen. ‘Participeren’ noemen ze dat in ‘Den Haag’.

Misschien dat die woordvoerder uit Den Haag van dat deftige ministerie zich eens wil verdiepen in de problematiek van de vele ‘Pieten’ in ons land. Misschien dat hij dan wel een beetje gaat begrijpen waarom zijn bewindvoerder geen betalingsregeling treft. Misschien dat dan zijn beperkte en kortzichtige blik iets verder gaat dan de cijfers van zijn ministerie.

Misschien dat dan De Groene Amsterdammer tot het inzicht komt dat de bewindvoerders er niet ‘met de pet naar gooien’, zoals ze in hun commerciële krantje schrijven.

© André Leijssen, 19 mei 2018.



Literatuur:

-          Jungmann, N. e.a. (2014): Onoplosbare schuldsituaties. Hogeschool Utrecht / NVVK, 2014.

zaterdag 30 september 2017

De aardappeleters



de aardappeleters

onder het strooien dak van de woonhut
hangt de geur van armoede
de walm van het petroleumlampje
de damp van de aardappelschotel
gemengd met koffie van cichorei

aardappelkoppen op bezwete lijven
knokige handen reiken naar de spijs
die uit de zwarte aarde is gewroet
nog zichtbaar onder de nagelranden
en in de groeven van het gelaat

de warmte van koe en stalmest
dringt binnen in het ‘mensennest’
de omgang met het vee zit in de kleren
het is de geur van zwoegers
van vermoeide ledematen

© André Leijssen, januari 2016



Niet het schilderij de 'Nachtwacht' van Rembrandt, maar het schilderij 'De aardappeleters' van van Gogh geeft op goede wijze weer hoe de meeste Nederlanders in hun tijd leefden. In armoede. Een bezoek aan het Vincent van Gogh Museum zou meer op zijn plaats zijn, dan een bezoek aan de 'Nachtwacht'.


woensdag 12 april 2017

Noodzaak van curatele i.p.v. beschermingsbewind en mentorschap

Hof Arnhem-Leeuwarden: ondercuratelestelling i.p.v. beschermingsbewind en mentorschap. De feitelijke situatie van betrokkene is doorslaggevend. "Alles overziend is het hof met de echtgenote, de kinderen en de curator van oordeel dat de kantonrechter de betrokkene terecht onder curatele heeft gesteld en dat de noodzaak tot het voortduren van die beschermingsmaatregel nog immer bestaat. De onafhankelijke curator ervaart evenals de naasten dat de betrokkene bij tijd en wijle volledig het zicht op de werkelijkheid kwijt is en met de meest bizarre zaken dan wel rechtshandelingen op de proppen komt. Dit past in het door de voormalig psychiater van de betrokkene geschetste beeld dat diens bipolaire stoornis zonder behandeling met medicatie ontaardt in manische episodes. Tijdens een manie kunnen mensen ook last hebben van psychotische verschijnselen en van sociale en relationele problemen zo blijkt uit de beschikbare informatie. De curator onderschrijft de stelling van de echtgenote en het oordeel van de rechtbank dat de betrokkene zijn belangen niet behoorlijk waarneemt als gevolg van zijn geestelijke toestand en door gewoonte van drankmisbruik. Het hof sluit zich daarbij aan".

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:8916

donderdag 30 maart 2017

Verboden vruchten


VERBODEN VRUCHTEN



            Onhoorbaar glijdt ze met haar rolstoel door de gang. Ze heeft een afspraak met de sociaal werker Sjef VandenBroecke. Ze wacht op hem in de hal. Hij kan haar beslist helpen. Ze maakt zich zorgen. Het blijft maar door haar hoofd malen. Nerveus kijkt ze op de klok.

            Joke verblijft al ruim negenentwintig jaren in het verpleeghuis. Op de somatische afdeling. Vanwege haar ziekte is zij aan haar rolstoel gekluisterd. Ze heeft volledige verzorging nodig. Henri kon haar niet verzorgen thuis. Hij had immers overdag zijn werk.

            Ze herinnert zich nog hoe Henri op die dag weer bij haar op bezoek is. Een drukke prater is hij nooit geweest. Maar nu is hij toch wel heel schaars met zijn woorden.

“De papieren van de rechtbank zijn binnen” zegt ze.

“Ja”.

“Heb jij ze ook ontvangen?”.

“Ja”.

Daarmee is hun echtscheiding bezegeld. Zij heeft de echtscheiding aangevraagd vanwege zijn ontrouw. Wat zij hem niet meer bieden kon, heeft hij elders gezocht. Het is maar een eenmalig iets zegt hij. Joke vindt dat ze er daarom maar beter mee kan kappen. Dan heeft hij alle vrijheid en kan hij zijn eigen weg gaan. Maar Henri wil geen afscheid van haar nemen. Hij blijft haar bezoeken, iedere dag na zijn werk, al meer dan vijfentwintig jaren. En dat blijft hij ook doen na de echtscheiding. Voor hem is en blijft zijn Joke de vrouw in zijn leven.

            En nu is Henri dood. Een hartaanval. Verleden week is hij begraven. Zijn broer Willem is bij haar op bezoek geweest. Hij zegt dat er een testament is waarin zij tot enige erfgename is genoemd. Of zij wil overwegen om de erfenis niet te aanvaarden. Joke zegt dat de wens van Henri gevolgd moet worden. Willem heeft boos gereageerd. “Stik maar in zijn geld. Hier!” roept hij, en smijt de sleutels van de woning en van de auto op de grond.

En dan die brief van de notaris. Hij kan haar nog niet het beheer over de nalatenschap geven. Eerst moet hij nog wat uitzoeken. Die vrouw, waarmee Henri toen……. Zij was ongehuwd. Zij heeft een dochter gekregen in die tijd. Is dat kind misschien van Henri? Dat moet grondig worden uitgezocht. Als dat meisje van Henri is, dan….. Ja dan! Zij kan haar kindsdeel opeisen. Daar heeft zij recht op.

‘s-Middags op haar kamer heeft ze het niet meer. Ze moet huilen als een klein kind. De tranen rollen over haar wangen op haar kleed. Wat heeft ze toch gedaan? Wat heeft ze Henri aangedaan? De man op wie ze zo verliefd was. Met wie ze zoveel jaren gelukkig is geweest. Die haar ook tijdens haar ziekte steeds trouw is gebleven. Op die éne keer na. De man die haar jarenlang dagelijks is komen bezoeken. Ondanks de echtscheiding. Nooit hebben ze er nog over gesproken. Ze hebben het doodgezwegen, het nooit uitgepraat. En ze kan het niet meer goed maken. Nu hij dood is kan ze het niet meer goedmaken. Daarvoor is het te laat.

dinsdag 21 februari 2017

Curatele. Wanneer wel en wanneer niet?

Gerechtshof 's-Hertogenbosch: Ambtshalve omzetting curatele in beschermingsbewind en mentorschap. Gewezen curator gaat in hoger beroep. Zijn beroep is gegrond.

"Het hof verwerpt voorts het oordeel van de kantonrechter dat de ondercuratelestelling niet meer de passende beschermingsmaatregel is voor de rechthebbende. Uit het dossier is gebleken dat de rechthebbende afhankelijk is van 24-uurs zorg, het denkvermogen heeft van een zeer jong kind en niet zelfstandig kan eten, praten en lopen. Voor het hof staat vast dat de rechthebbende duurzaam niet in staat is zijn belangen ook maar enigermate zelf waar te nemen. Het hof acht de lichamelijke en geestelijke toestand van de rechthebbende dan ook dermate ernstig dat er geen grond is de curatele te beëindigen".

Uitspraak van het Hof in strijd met artikel 12 lid 2 van het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap? Artikel 12 lid 2: "De staten die partij zijn erkennen dat personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen in alle aspecten van het leven handelingsbekwaam zijn".

De mensenrechten juristen van het VN-verdrag gaan voorbij aan de feitelijke handelingsonbekwaamheid van personen.

zaterdag 15 oktober 2016

Ondersteunen of vertegenwoordigen?

Kees Blankman en Karen Vermariën hebben hun onderzoek gepresenteerd. 




http://acfl.nl/wp-content/uploads/2016/07/Rapport-art-12-CRPD-Blankman_Vermarien-14december.pdf

Het College Rechten van de Mens had mij gevraagd vanuit de praktijk het onderzoek van commentaar te voorzien.




Ondersteunen of vertegenwoordigen?

Op vrijdag 14 oktober 2016 is in Den Haag het onderzoeksrapport gepresenteerd van Kees Blankman en Karen Vermariën; de toetsing van de Nederlandse wetgeving aan het 'VN-verdrag  inzake de rechten van personen met een handicap' en het EVRM. 

Thema: 'Ondersteunen in plaats van vertegenwoordigen?'

https://www.mensenrechten.nl/berichten/mensen-met-een-beperking-ondersteunen-vertegenwoordigen



donderdag 6 oktober 2016

Ondersteuning en vertegenwoordiging


Bericht over het 4e Wereldcongres.

Centraal op het congres stond het 'VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een 
handicap'. (kortweg: CRPD = Convention on the Rights of Persons with Disabilities).

Hier te vinden:  https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2008/03/18/vn-verdrag-inzake-de-rechten-van-personen-met-een-handicap/dmo-2833572b.pdf

Voornamelijk: 
"Artikel 12 Gelijkheid voor de wet 

1. De Staten die Partij zijn bevestigen opnieuw dat personen met een handicap overal als persoon erkend worden voor de wet.

 2. De Staten die Partij zijn erkennen dat personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen in alle aspecten van het leven handelingsbekwaam zijn. 

3. De Staten die Partij zijn nemen passende maatregelen om personen met een handicap toegang te verschaffen tot de ondersteuning die zij mogelijk behoeven bij de uitoefening van hun handelingsbekwaamheid. 

4. De Staten die Partij zijn waarborgen dat alle maatregelen die betrekking hebben op de uitoefening van handelingsbekwaamheid, voorzien in passende en doeltreffende waarborgen in overeenstemming met het internationale recht inzake de mensenrechten om misbruik te voorkomen. Deze waarborgen dienen te verzekeren dat maatregelen met betrekking tot de uitoefening van handelingsbekwaamheid de rechten, wil en voorkeuren van de desbetreffende persoon respecteren, vrij zijn van conflicterende belangen of onbehoorlijke beïnvloeding, proportioneel zijn en toegesneden op de omstandigheden van de persoon in kwestie, van toepassing zijn gedurende een zo kort mogelijke periode en onderworpen zijn aan een regelmatige beoordeling door een bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige autoriteit of gerechtelijke instantie. De waarborgen dienen evenredig te zijn aan de mate waarin deze maatregelen van invloed zijn op de rechten en belangen van de persoon in kwestie. 

5. Met inachtneming van de bepalingen van dit artikel nemen de Staten die Partij zijn alle passende en doeltreffende maatregelen om de gelijke rechten te garanderen van personen met een handicap op eigendom of het erven van vermogen en te waarborgen dat zij hun eigen financiële zaken kunnen behartigen en op voet van gelijkheid toegang hebben tot bankleningen, hypotheken en andere vormen van financiële kredietverstrekking en verzekeren zij dat het vermogen van personen met een handicap hen niet willekeurig wordt ontnomen."

De centrale vraag is steeds: voldoet de nationale wetgeving aan de uitgangspunten / rechten, zoals geformuleerd in artikel 12 van het verdrag?
De beschermingsmaatregelen curatele, beschermingsbewind en mentorschap kan een persoon 'handelingsonbekwaam' maken (curatele), of de handelingsbekwaamheid van de persoon beperken door de handelingsbevoegdheid te beperken (beschermingsbewind en mentorschap).

zondag 11 september 2016

4th World Congress on Adult Guardianship 2016

Van woensdag 14 september t.m. zaterdag 17 september vindt in Berlijn (Erkner) het 4e Wereld Congres over beschermingsmaatregelen plaats. 
Eén van de sprekers zal zijn Kees Blankman van de Vrije Universitiet Amsterdam. Hij is in ons land naar mijn weten de enige persoon met wetenschappelijke belangstelling voor de beschermingsmaatregelen uit Boek 1 BW: curatele, beschermingsbewind en mentorschap. 

Een centraal thema van het congres is artikel 12 van het 'VN-Verdag inzake de rechten van personen met een handicap'.


4. Weltkongress Betreuungsrecht - 4th World Congress on Adult Guardianship  14.-17.09.2016


http://www.wcag2016.de/start.html?&L=1

donderdag 25 augustus 2016

Ambtshalve ontslag curator vernietigd.

Gerechtshof Den Haag: Ambtshalve ontslag curator vernietigd.


http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:2255

Verzoek opheffing beschermingsbewind

Gerechthof Arnhem-Leeuwarden: Onderbewindstelling. Een partij die spijt krijgt van zijn in eerste aanleg toegewezen verzoek, kan de toewijzing in hoger beroep wegens gebrek aan belang niet ongedaan maken.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:5637

Aansprakelijkheidsstelling voormalig bewindvoerder

Gerechthof Arnhem-Leeuwarden: Voormalig bewindvoerder wordt achteraf aansprakelijk gesteld door rechthebbenden. Echter de rekening en verantwoording is door opvolgend bewindvoerder voor akkoord ondertekend, en ten overstaan van de kantonrechter afgelegd. De kantonrechter heeft de rekening en verantwoording voor gezien getekend, en ambtshalve geen aanleiding gezien tot nader onderzoek. Het aan de vader van rechthebbenden verstrekte bedrag ten laste van de vermogens van rechthebbenden is in de rekening en verantwooridng opgenomen als een lening aan vader, en dus als een vordering van rechthebbenden op hun vader.

Het hof concludeert als volgt: "Tussen partijen staat het volgende vast. Nadat hij bij beschikking van de (toenmalige) rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad, van 24 maart 2011 was ontslagen als bewindvoerder met ingang van de dag na de uitspraak van de beschikking, heeft [verzoeker] op 21 april 2011 aan de opvolgend bewindvoerder, [D] - de kantonrechter had [verzoeker] bij beschikking van 24 maart 2011 erop gewezen dat hij rekening en verantwoording dient te doen aan de opvolgend bewindvoerder - rekening en verantwoording afgelegd over het bewind in de periode 27 juni 2010 tot en met 24 maart 2011, zijnde de periode van zijn bewind. In deze rekening en verantwoording was het aan de vader betaalde bedrag van € 48.000,- verantwoord als lening. Deze rekening en verantwoording is door [D] voor akkoord getekend. Voor zover de zussen [verweersters] ter zitting in hoger beroep hebben aangevoerd dat [D] geen professioneel bewindvoerder is, "op stel en sprong" is benoemd tot bewindvoerder, zich daarna nog moest verdiepen in de situatie en vervolgens pas heeft vernomen wat er ten tijde van het bewind door [verzoeker] is gebeurd, is het hof van oordeel dat dit - wat daarvan ook zij - voor rekening en risico van [D] dient te komen.
Bij brief van 16 juli 2012 heeft het bewindsbureau vervolgens aan [verzoeker] medegedeeld dat de kantonrechter, ten overstaan van wie de rekening en verantwoording werd afgelegd, de door hem ingediende eindrekening van het bewind over het vermogen van de zussen [verweersters] heeft gezien. Uit de stukken is niet gebleken dat [D] na haar benoeming tot bewindvoerder de door [verzoeker] opgestelde rekening en verantwoording bij de kantonrechter alsnog ter discussie heeft gesteld. Evenmin is gebleken dat de kantonrechter ambtshalve aanleiding heeft gezien om nader onderzoek te doen naar de door [verzoeker] ingediende rekening en verantwoording. Het hof is dan ook, anders dan de kantonrechter, van oordeel dat [verzoeker] erop mocht vertrouwen dat zijn rekening en verantwoording was goedgekeurd en het bewind was overgedragen aan [D] . Daarbij komt dat uit de in hoger beroep overgelegde stukken, waaronder de processen-verbaal van de verschillende zittingen bij de kantonrechter in de afgelopen jaren, blijkt dat iedereen, onder wie [D] en de kantonrechter, op de hoogte waren van de (wijze van totstandkoming van de) vordering van de zussen [verweersters] op hun vader, welke vordering [verzoeker] ook op zijn rekening en verantwoording van 21 april 2011 heeft vermeld.
Gelet op deze feiten, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert het hof dat [verzoeker] op de aan hem opgedragen wijze rekening en verantwoording heeft afgelegd en dat er sprake is van een ten overstaan van de kantonrechter afgelegde door de opvolgend bewindvoerder goedgekeurde rekening en verantwoording. Het hof is van oordeel dat [verzoeker] daardoor is gedéchargeerd en thans niet meer aansprakelijk kan worden gesteld voor het door hem destijds gevoerde bewind. Voor zover de zussen [verweersters] hebben gesteld dat een voormalig bewindvoerder altijd nog aansprakelijk kan worden gesteld, ook wanneer de rekening en verantwoording is goedgekeurd, is het hof van oordeel dat de zussen [verweersters] onvoldoende concreet hebben aangevoerd en onderbouwd op grond waarvan dit in dit geval mogelijk zou zijn".

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:6136

vrijdag 12 augustus 2016

Bijzondere bijstand entreekosten curator en bewindvoerder

CRvB (Centrale Raad van Beroep): De CRvB heeft op 02-08-2016 uitspraak gedaan in twee zaken over de zg. entreekosten van curator en bewindvoerder. Deze zaken betreffen cliënten van Leijssen Bewindvoeringen B.V. tegen de Gemeente Eindhoven. In de beroepszaken bij de Rechtbank Oost-Brabant was door de rechter in de ene zaak de gemeente in het gelijk gesteld, en in de andere zaak de bewindvoerder. Het ging in beide zaken om hetzelfde geschilpunt, namelijk wat is de datum waarop de kosten van het curatele bewind of het beschermingsbewind opkomen. De CRvB heeft hierin nu uitspraak gedaan nadat zij de uitspraak datum eerder had bepaald op 08-02-2016, en deze vervolgens heeft bepaald op 29-03-2016, 10-05-2016, 21-06-2016 en tenslotte op 02-08-2016.

1. In de eerste zaak betrof het de entreekosten voor een ondercuratelestelling. De gemeente Eindhoven had haar beleid gewijzigd, in die zin dat zij als aanvangsdatum waarop de kosten opkomen heeft gehanteerd de datum waarop het verzoekschrift tot ondrcuratelestelling door de kantonrechter is ontvangen. Voorheen werd altijd, en door alle ons bekende gemeenten, gehanteerd de datum van de instelling van de curatele of het bewind door de kantonrechter. Vele collega bewindvoerderskantoren zijn geconfronteerd geweest met deze handelwijze van de gemeente, zonder dat de gemeente vooraf deze beleidswijziging heeft gecommuniceerd met belanghebbenden, bewindvoerderskantoren of openbaar op haar website. Collega bewindvoerder Reeling Bewindvoerders is wat dit punt betreft door de rechtbank in het gelijk gesteld.
Uitgaande van de datum van de instelling van de curatele of het bewind heeft de curator respectievelijk de bewindvoerder bij de gemeente Eindhoven drie maanden de tijd om de aanvraag bijzondere bijstand in te dienen. In beide zaken heeft de curator c.q. bewindvoerder binnen deze termijn de aanvraag ook ingediend.
Echter, uitgaande van de datum verzoekschrift (deze datum staat in de instellingsbeschikking genoemd), zoals de gemeente meende te moeten doen, waren de aanvragen bijzondere bijstand te laat ingediend. Immers de tijd tussen indienen verzoekschrift bij de rechtbank en de instelling van curatele of bewind werd door de gemeente meegeteld. Soms zijn er al drie maanden verstreken tussen de datum verzoekschrift en de datum instellingsbeschikking, afhankelijk van de wachttijden bij de rechtbank.
Na bezwaar, dat ongegrond is verklaard, is de curator, namens curandus, in beroep gegaan bij de rechtbank. In deze zaak is de curator in het ongelijk gesteld. De gemeente zou de beleidsvrijheid hebben om te bepalen wanneer de kosten van het curatele bewind opkomen. 
De CRvB beslist anders: 
"4.7. Niet in geschil is dat ‘de datum waarop de kosten feitelijk zijn ontstaan’ zoals bedoeld in beleidsregel B062 gelijk is aan de datum waarop de kosten opkomen. Bij de beantwoording van de vraag op welk moment kosten opkomen - in de zin zoals onder 4.2 bedoeld - heeft een bijstandverlenend orgaan geen beleidsruimte. Met betrekking tot het opkomen van entreekosten voor een curator wordt als volgt overwogen".
"4.7.2. De kosten van beloning van de curator komen voor de onder curatele gestelde pas op - in de zin zoals onder 4.2 bedoeld - vanaf de benoeming van de curator. Immers, door die benoeming ontstaat de betalingsverplichting. Dat de beoogde curator in sommige gevallen mogelijk ook werkzaamheden heeft verricht voorafgaande aan zijn benoeming doet daaraan niet af".

2. In de tweede zaak ging het om hetzelfde geschil. Echter in deze zaak was de bewindvoerder in zijn  beroep bij de rechtbank in het gelijk gesteld. De gemeente is hierin in hoger geroep gegaan bij de CRvB. Met dezelfde motivatie als in zaak 1 wordt in deze zaak de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigt. M.a.w. ook hier wordt de gemeente in het ongelijk gesteld.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:3026

De gemeente Eindhoven heeft haar beleid in deze ingaande 01-01-2015 aangepast en stelt de aanvangsdatum waarop de kosten van curatele of bewind opkomen weer op de datum van de instellingsbeschikking. Dat is ons meegedeeld op 01-07-2015 in een email bericht.

Wat bovenstaande zaken betreft is mijn vermoeden dat meerdere bewindvoerderskantoren in de regio Eindhoven met deze problemen zijn geconfronteerd. En velen hebben ervoor gekozen niet de lange weg (in 1 zaak vanaf 04-09-2012, dus bijna vier jaren) te gaan van bezwaar, beroep en hoger beroep. En de kosten voor eigen rekening heeft genomen. Indien de bewindvoerder hiervoor gekozen heeft, dan nodig ik hen nu uit om bij de Gemeente Eindhoven alsnog de bijzondere bijstand te verzoeken, nu de gemeente de in het ongelijk gestelde partij is. 



dinsdag 12 juli 2016

Ontvankelijkheid verzoekers mentorschap

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Het hof wijst in hoger beroep de ontvankelijkheid van de verzoekers af.
"5.5 Vervolgens is aan de orde de ontvankelijkheid van verweerders in hun inleidend verzoek tot het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene. Betrokkene stelt dat verweerders daarin door de kantonrechter niet-ontvankelijk hadden dienen te worden verklaard nu zij geen familieleden in de vierde, maar in de vijfde graad zijn. Verweerders erkennen dat zij familieleden in de vijfde graad zijn.
5.6 Nu gebleken is dat verweerders bloedverwanten in de zijlijn in de vijfde graad zijn, waren zij niet bevoegd tot het indienen van het inleidende verzoek tot instelling van een mentorschap, zo volgt uit artikel 1:451 BW. Dit betekent dat zij alsnog niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in dat verzoek."


http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:3748

vrijdag 24 juni 2016

Monitor WSNP 2015




Het aantal lopende zaken WSNP op peildatum 31 december 2015 is 36.649. In 2015 is sprake van 11.700 nieuwe zaken. Zie onderstaande grafiek (pag. 30). 




Ter vergelijking het beschermingsbewind: het aantal lopende zaken wordt geschat op 260.000. Per jaar is sprake van tussen de 25.000 - 30.000 nieuwe beschermingsbewinden. Het beschermingsbewind wordt in onze maatschappij steeds meer van betekenis. Vanwege de kosten daaarvan, die worden verhaald op de bijzondere bijstand, klagen gemeenten al enige jaren daarover. Maar het ontbreekt nog steeds aan een degelijke landelijke registratie. En van de zijde van de wetenschap is er nauwelijks belangstelling, c.q. kunnen geen middelen worden vrijgemaakt of verstrekt om dit fenomeen te bestuderen.

Wanneer komen de Raad voor de Rechtspraak en het CBS met een jaarlijkse "Monitor Beschermingsbewind"?

https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2016/24/monitor-wet-schuldsanering-natuurlijke-personen-2015